Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de als waardevolle boom aangemerkte bomen te vellen of te doen vellen, met inbegrip van verplanten, alsmede handelingen, zowel het boven- als ondergronds te verrichten, die de dood of ernstige beschadiging van deze houtopstanden ten gevolge kunnen hebben.
Het is verboden om bomen met een stamdiameter van meer dan 30 cm (gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld) en staande buiten de bebouwde kom te vellen of te doen vellen, met inbegrip van verplanten, alsmede handelingen, zowel het boven- als ondergronds te verrichten, die de dood of ernstige beschadiging van deze houtopstanden ten gevolge kunnen hebben.
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor bomen die voldoen aan de criteria zoals in artikel 4.1 van de Wet Natuurbescherming opgenomen.
. Het verbod geldt niet voor:
a. bomen die moeten worden geveld op grond van de Plantenziektewet óf op grond van een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 7 en 8 óf indien sprake is van direct gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Het college kan in de laatst genoemde situatie een herplantplicht opleggen.
b. wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; de soorten populus alba en populus canescens zijn wel omgevingsvergunningplichtig;