Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Herplant-/instandhoudingsplicht

Onderdeel van Bomenverordening Veere 2022

Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten. Aan de in het eerst lid bedoelde verplichting kan een termijn worden verbonden, waarbinnen overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herbeplant, alsmede een termijn waarbinnen en de wijze waarop na de herbeplanting niet-aangeslagen beplanting moet worden vervangen. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is de verplichting opleggen om: a. overeenkomstig de door hem te geven aanwijzing binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; b. een bomen effect analyse op te stellen en te overleggen aan het college. Een beslissing als bedoeld in de vorige leden wordt schriftelijk ter kennis van betrokkene gebracht. Degene aan wie een verplichting is opgelegd als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Een gedraging in strijd met een opgelegde verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel is verboden.

Rechtspraak bij dit artikel