Naar hoofdinhoud
5.1. Behoudens het gestelde in artikel 4 eindigt het lidmaatschap van de leden van de OR door schriftelijke opzegging door het lid of beëindiging van het dienstverband. 5.2. In geval van een tussentijdse vacature in de OR wijst de OR tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die blijkens de uitslag van de laatst gehouden verkiezing daarvoor als eerste in aanmerking komt. 5.3. De aanwijzing geschiedt binnen één maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 15, lid 2 is van overeenkomstige toepassing. 5.4. Een tussentijds afgetreden OR-lid kan in dezelfde zittingsperiode niet in de OR terugkeren. 5.5. Indien er geen opvolger als bedoeld in lid 2 aanwezig is, wordt in de vacature voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing, tenzij binnen zes maanden een algemene verkiezing plaatsvindt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel