Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Vergunning en ontheffing

Onderdeel van Havenverordening Terschelling 2022

1.. Het college kan vergunningen en ontheffingen verlenen en daaraan beperkingen en voorschriften verbinden. De beperkingen en voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing vereist is. 2.. Op de vergunning of ontheffing wordt de geldigheidsduur ervan vermeld. 3.. Als een vergunning of ontheffing wordt verleend ter vervanging van een voorgaande vergunning of ontheffing, kunnen de beperkingen en voorschriften worden gewijzigd. 4.. De verlening van een vergunning of ontheffing moet schriftelijk; de verlening van een ontheffing kan mondeling in spoedeisende gevallen voor een éénmalige gedraging of handeling van korte duur. 5.. Een vergunning of ontheffing wordt in ieder geval geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de verkeersvrijheid of veiligheid in openbaar water; indien een doelmatig gebruik van de haven zich daartegen verzet; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; indien van een eerdere vergunning of ontheffing gebleken is, dat hiervan door de houder geen gebruik is gemaakt; indien een eerdere vergunning of ontheffing is ingetrokken conform lid 8 onder b. 6.. In het geval, bedoeld in het vijfde lid onder f., kan toch verlening plaats vinden als op genoegzame wijze is aangetoond dat om gegronde reden geen gebruik kon worden gemaakt van de ontheffing of vergunning. 7.. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd vanwege strijd met het geldende bestemmingsplan of beheersverordening. 8.. Het college kan een vergunning, een ontheffing of een verlenging van een geldigheidsduur intrekken indien: een reden waarom zij werd verleend of verlengd is vervallen; een daaraan verbonden beperking of voorschrift niet wordt nageleefd; zich na de verlening of verlenging een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening of verlenging bekend was geweest, de vergunning, de ontheffing of de verlenging van de geldigheidsduur niet of niet in die vorm zou zijn verleend. 9.. De geldigheidsduur van een vergunning of ontheffing wordt niet verlengd indien: gebleken is dat gedurende het laatste tijdvak van geldigheid door de aanvrager geen gebruik is gemaakt van de eerder verleende vergunning of ontheffing; de redenen van orde en veiligheid in de haven zich tegen een verlenging van de geldigheidsduur verzetten 10.. Het college kan haar bevoegdheden in dit artikel mandateren aan de (assistent-)havenmeester. Toelichting De vergunningbevoegdheid voor het college is opgenomen om bepaalde activiteiten in de haven, die op zich niet onwenselijk zijn, onder controle te houden om misstanden te kunnen voorkomen en tegen te gaan. In afzonderlijke artikelen is de vergunningplicht voor bepaalde activiteiten opgenomen. De ontheffingen van een verbodsbepaling, die op grond van deze verordening kunnen worden verleend, dragen het karakter van een éénmalige beslissing voor een individueel geval. De bevoegdheid tot het verbinden van beperkingen en voorschriften aan een vergunning of ontheffing wordt vermeld om te voorkomen dat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor die bevoegdheid aanleiding kan zijn tot twijfel omtrent die bevoegdheid. Wijziging van beperkingen of voorschriften kan nodig zijn omdat: gewijzigde omstandigheden bij de houder van de vergunning of ontheffing of het niet efficiënt of niet voldoende effectief werken van bepaalde beperkingen of voorschriften, aanleiding kunnen geven tot die wijziging of ontheffing en bij verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning of ontheffing. Wanneer voor een éénmalige gedraging of handeling van korte duur een snelle ontheffing wordt vereist, kan worden volstaan met een mondeling gegeven ontheffing (artikel 1.4, lid 4). In de praktijk geschiedt het vragen en verlenen van ontheffing ook wel per marifoon of telefoon. Dit kan de houder van de ontheffing in bewijsmoeilijkheden brengen tegenover de toezichthoudende ambtenaar of de opsporingsambtenaar. Maar als de ontheffing aannemelijk kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door verwijzing naar en bevestiging door degene die de ontheffing heeft verleend, zal daarmee het bezit van de ontheffing voldoende zijn aangetoond. De ontheffingverlener moet zorg dragen voor het bewaren van de ontheffing in zijn administratie. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Havengebied vormt een zelfstandige weigeringsgrond voor aanvragen voor een omgevingsvergunning als het gaat om gebruiksactiviteiten in de haven. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning of ontheffing altijd gelet moet worden op de regels die uit dat bestemmingsplan voortvloeien. Als het bestemmingsplan een bepaald gebruik in de haven niet toelaat, is het moeilijk uit te leggen dat een vergunning of ontheffing op basis van de Havenverordening toch wordt verleend, maar dat daarvan dan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Strijd met het bestemmingsplan is daarom als weigeringsgrond opgenomen. Blijkens jurisprudentie is dit aanvaardbaar omdat een dergelijke weigeringsgrond geen zelfstandige planologische regeling bevat naast de bestemmingsplanregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel