Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2

Artikel 2.10

Verwaarloosde en gezonken schepen en andere gezonken voorwerpen

Onderdeel van Havenverordening Terschelling 2022

1.. De kapitein, schipper of eigenaar van een verwaarloosd schip, gezonken schip of ander voorwerp is verplicht: onmiddellijk na het zinken daarvan mededeling te doen aan de havenmeester; het vaartuig of voorwerp binnen de door de havenmeester te bepalen tijd te verwijderen. 2.. Het is in het belang van het uiterlijk aanzien van de haven verboden om een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een verwaarloosd schip, zoals bedoeld in art.1.1, onder i; 3.. Indien niet word voldaan aan de verplichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2, is het college bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 125 van de gemeentewet en titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht, het genoemde schip of voorwerp te verwijderen en/of in bewaring te nemen op kosten van de eigenaar. Toelichting Een goed havenbeheer houdt in dat het noodzakelijk is om gezonken schepen en andere voorwerpen die gevaar, schade of hinder voor de orde en veiligheid in de haven kunnen veroorzaken, te kunnen (laten) verwijderen (lid 1). Om te voorkomen dat het aanzien van de haven verslechterd in gevallen waarin men met een verwaarloosd schip ligplaats inneemt in de haven, is lid 2 toegevoegd. De haven is immers een belangrijke blikvanger van Terschelling. Het uiterlijk aanzien is één van de belangen die de Havenverordening via artikel 1.4 beoogt te beschermen. Zonder een expliciet verbod kan een verwaarloosd, drijvend, schip niet uit de haven verwijderd worden. Bij overtreding is het college bevoegd om bijvoorbeeld via bestuursdwang te handhaven. Dit staat in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Lid 3 is toegevoegd zodat duidelijk is dat dit ook voor overtreding van artikel 2.10, lid 2 geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel