Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2

Artikel 2.6

Voorzieningen

Onderdeel van Havenverordening Terschelling 2022

1.. Het is verboden voorzieningen of voorwerpen in, onder of boven water te hebben, aan te brengen of te doen aanbrengen. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op schepen. 3.. Onder voorzieningen of voorwerpen, als bedoeld in lid 1, worden niet begrepen: trossen, draden, kettingen of andere soortgelijke voorzieningen die dienen om een schip te meren, te ankeren, te slepen of te assisteren en die als zodanig in gebruik zijn; planken en andere soortgelijke voorwerpen, niet zijnde vaste voorzieningen, die dienen om toegang van of aan boord mogelijk te maken en die als zodanig in gebruik zijn; 4.. Het college kan onverminderd het bepaalde in lid 2 en lid 3, van het verbod in lid 1 ontheffing verlenen. Toelichting In artikel 2.6 van de Havenverordening Terschelling 2006 luidde het eerste lid: “Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op schepen”. Deze verwijzing naar het eerste lid had in het tweede lid moeten staan en dat in het eerste lid het verbod had moeten zijn opgenomen. Deze omissie is met de nieuwe geformuleerde leden 1 en 2 rechtgezet. De leden 2 en 3 in het artikel in de Havenverordening Terschelling 2006 zijn in de Havenverordening Terschelling 2022 vernummerd tot de leden 3 en 4. Het verbod is in lid 1 opgenomen met het oog op het veilig gebruik van de haven. Uitgezonderd zijn schepen en voorzieningen of voorwerpen die voor het directe gebruik en onderhoud van het schip of ten behoeve van een aan de haven gevestigd bedrijf noodzakelijk zijn (leden 2 en 3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel