Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.

Artikel 2.

Gezinshuizen

Onderdeel van Notitie wonen en zorg

De verschillen tussen een pleeggezin en een gezinshuis zitten vooral in de organisatie, de begeleiding en de financiering. Pleegouders blijven meestal gewoon werken. Ze krijgen een vergoeding voor de onkosten. Belangrijk is vooral dat de leefsituatie stabiel is en dat de pleegouders een kind structuur, warmte en veiligheid kunt bieden. Een belangrijk verschil is dat gezinshuisouders professionele opvoeders zijn, één van de gezinshuisouder aan opleidingseisen moet voldoen en voor het werk betaald krijgt. Door de professionele rol van de gezinshuisouder en de intensiteit van de begeleiding van het gezinshuis, kan van een gezinshuis meer verwacht worden op het gebied van het hanteren van de problematiek van het kind. Net als pleegzorg zijn gezinshuizen eenzelfde bijzondere groep in deze nota. De toetsing van de gezinshuisouders wordt gedaan door de aanbieders of door gezinshuis.com. Gezinshuisouders kunnen starten zonder tussenkomst van de gemeente. Bij de plaatsingen van jeugdigen is er wel altijd betrokkenheid vanuit de lokale toegang of GI. Voor het starten van gezinshuis is er geen maatschappelijke (=zorg) bestemming nodig op de woning omdat de nadruk niet ligt op de te leveren zorg maar op het wonen (handboek gezinshuizen). Wat is het Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulp - georganiseerd vanuit een natuurlijk gezinssysteem - waar gezinshuisouders volgens het 24x7-principe opvoeding, ondersteuning en zorg bieden aan bij hen in huis geplaatste kinderen en jeugdigen die tijdelijk of langdurig zijn aangewezen op intensieve en professionele hulpverlening als gevolg van beschadigende ervaringen en/of complexe problematiek. Behoefte Medemblik (incl. prognose) Het aantal kinderen dat opgroeit in een gezinshuis in Nederland stijgt, net als het aantal gezinshuizen. Het percentage gezinshuizen voor heel Noord-Holland is 13,4%. 27% van de gezinshuizen in loondienst bevindt zich in de regio van Noord-Holland (93 van de 347 gezinshuizen). Daarnaast zijn er in heel West-Friesland 4 zelfstandige gezinshuizen (4 van de 509 zelfstandige gezinshuizen) (bron: Gezinshuizen Cijfers in Context 2020). Dit past ook bij de visie van het zo thuis mogelijk opgroeien, ook jeugdigen die voor korte of langere tijd niet bij hun ouders kunnen wonen. Parlan heeft 12 gezinshuizen in de regio West-Friesland waarvan 4 in de gemeente Medemblik. BijElkaar heeft 2 gezinshuizen in Wognum. De opmerking bij pleegzorg geldt ook voor gezinshuizen. De gemeente Medemblik heeft relatief gezien al veel gezinshuizen. We weten ook dat er jeugdigen in de gemeente Medemblik geplaatst worden die geen inwoners waren van de gemeente Medemblik. Door het nieuwe woonplaatsbeginsel komen de kosten voor de gemeenten waar de jeugdige vandaan komt en niet voor de gemeente Medemblik. Het is wel van belang dat ook de jeugdigen vanuit Medemblik een plek kunnen krijgen binnen de gemeente als daar behoefte aan is. Het is wenselijk om de kleinschaligheid te bewaken en niet tot een gezinsgrootte te komen die de grootte van een behandelgroep gaat benaderen of evenaren. Dit is belangrijk, omdat het aantal kinderen, hun achtergrond en problematiek (risico’s, behoeften en responsiviteit, de zogenaamde ‘RNR’-beginselen) samenhangen met de kwaliteit van het leefklimaat in gezinshuizen. Onder gunstige omstandigheden en bij een hoge gezamenlijke zorgzwaarte (hoge risico’s en behoeften en lage responsiviteit) kunnen gezinshuizen doorgaans 4 geplaatste kinderen aan. Bij een lagere gezamenlijke zorgzwaarte kunnen gezinshuizen doorgaans 6 geplaatste kinderen aan. Wanneer er ook eigen kinderen in huis wonen is het totale aantal kinderen doorgaans niet groter dan acht. Desalniettemin kunnen omstandigheden en samenstelling alsmede ruimte en organisatie per gezinshuis variëren. Het uitgangpunt van deze aanbeveling is dan ook: ‘pas toe of leg uit’4https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Kwaliteitscriteria-Gezinshuizen.pdf. Het gezinshuis is in het bezit van het keurmerk gezinshuizen of een gelijkwaardig alternatief, of aantoonbaar bezig te zijn met het keurmerktraject welke binnen een jaar na inwerkingtreding van de overeenkomst moet zijn behaald.

Rechtspraak bij dit artikel