Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Gebruik bodycam

Onderdeel van Besluit bodycams H2O gemeenten

1.. De toezichthouder of boa draagt de bodycam duidelijk zichtbaar. 2.. De bodycam maakt constant opnames die telkens na 60 seconden worden overschreven (pre¬-recording). Dit betekent dat als de opname gestart wordt, de voorafgaande 60 seconden ook opgenomen worden. 3.. Op het moment dat de toezichthouder of boa dit nodig acht voor de eigen veiligheid, of die van collega’s, wordt de knop ingedrukt die een opname start. 4.. Bij opname van individuen wordt altijd door de medewerker vooraf gemeld dat er opnamen gemaakt gaan worden. Indien waarschuwing vooraf niet mogelijk is, omdat er door de boa direct gehandeld moet worden, wordt de bodycam direct aangezet. Zodra dit redelijkerwijs mogelijk is, wordt alsnog medegedeeld dat de opname is gestart. 5.. De medewerker waarschuwt collega’s als er opnamen zijn gemaakt, waarbij zij (mogelijk) herkenbaar in beeld komen. 6.. De opname wordt direct gestopt, nadat de dreigende situatie voorbij is of geen sprake is van escalatie.

Rechtspraak bij dit artikel