Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamer 2022

1.. De rekenkamer voert het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet uit. 2.. De rekenkamer kan de verzoeker tot het verrichten van een onderzoek tussentijds informeren over de voortgang van een onderzoek dat naar aanleiding van het verzoek is ingesteld. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 185 van de Gemeentewet, stelt de rekenkamer in elk geval betrokkenen van het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies. Betrokkenen zijn in elk geval degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 4.. Na de vaststelling van het rapport, presenteert de rekenkamer de resultaten van het onderzoek aan de raad en deelt de rekenkamer aan de raad, aan het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen, conclusies en aanbevelingen doen. Mededelingen aan de raad, die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk en geheim zijn, kan de rekenkamer ter vertrouwelijke kennisneming verstrekken. 5.. Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld bij een vennootschap als bedoeld in artikel 184, eerste lid, onderdeel c, Gemeentewet zendt zij tevens een afschrift ter kennisneming van het rapport aan de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies of de Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat. 6.. De raad stelt in openbaarheid de onderzoeksresultaten, de conclusies en aanbevelingen vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel