De beleidsregels beschrijven hoe de gemeente duiding en uitwerking geeft aan situaties waarin leerlingen recht hebben op leerlingenvervoer. Hierin is en blijft de menselijke maat uitgangspunt. Hieruit kan volgen dat eisen en voorwaarden met betrekking tot wat in redelijkheid van ouders verwacht kan worden of het benodigde onderbouwend bewijs minder scherp toegepast worden. In het aanvraagproces wordt er altijd gekeken naar de situatie van de individuele leerling (en het gezin).