**1..** Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer worden ontzegd, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling agressief, orde verstorend of gevaarlijk gedrag vertoond in het vervoer. Volgende stappen worden hierbij ondernomen:
Klachten worden in eerste instantie door de vervoerder opgelost.
Nadat de vervoerder de klacht bij de gemeente meldt, wordt een onderzoek opgestart. Voor dit onderzoek kan de gemeente met vervoerder, uitvoerende chauffeur, ouders en/of school spreken. Indien onderzoek laat zien dat het verwijtbaar gedrag van de leerling betreft volgt een eerste waarschuwingsbrief aan ouders.
Bij een tweede klacht wordt stap b herhaald en volgt nog een waarschuwingsbrief. In deze brief kan van ouders gevraagd worden om voor begeleiding van de leerling te zorgen. In dat geval zorgt het college voor een extra zitplaats in het vervoer om begeleiding van de leerling door één van de ouders mogelijk te maken. Deze begeleiding heeft minimaal een duur van één week. Als er een begeleider meegaat, anders dan de ouder en hier kosten aan zijn verbonden, zijn de kosten voor de ouder.
Bij een volgende klacht kan een schorsing van twee schooldagen per direct volgen. Een derde waarschuwingsbrief wordt aan ouders verstuurd.
Bij een volgende klacht kan een schorsing van één week per direct volgen. Een vierde waarschuwingsbrief aan ouders volgt.
Na een volgende klacht volgt er een vijfde brief waarin de leerling voor minimaal 3 maanden tot het eind van het schooljaar geen gebruik mag maken van leerlingenvervoer.
Voor deze berekeningen worden vakanties niet meegenomen, schorsing aan het eind van het schooljaar kan doorlopen in het nieuwe schooljaar.
Indien ouders na schorsing opnieuw gebruik willen maken van een bekostiging leerlingenvervoer dan dient een nieuwe aanvraag ingediend te worden.
**2..** Bij wapenbezit, geweld, bedreiging en vernieling bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen voor maximaal één week. Dit is ook van toepassing wanneer niet direct kan worden vastgesteld wat er is gebeurd. Alvorens het vervoer opnieuw opstart vindt een gesprek plaats met alle betrokkenen.
Artikel 10