**1..** De hoofdregel is dat een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten naar school en vice versa kan worden ingediend voor een adres waar de leerling feitelijk en structureel (bijvoorbeeld verdeeld over even en oneven weken) verblijft. Inschrijving in de gemeente is hierbij niet relevant. Nadat een aanvraag is gedaan toetst de gemeente deze aan de verordening. Vervoer naar een ander adres, zoals een buitenschoolse voorziening valt niet onder het leerlingenvervoer.
**2..** Wanneer ouders toch een beroep doen op het leerlingenvervoer voor een anders adres zal de gemeente ouders tegemoetkomen op voorwaarde dat het andere adres vlakbij huis en in dezelfde kern als waar de leerling woont ligt. Hierdoor blijven de ritkosten nagenoeg gelijk. Indien het vervoer naar een ander adres desondanks tot meerkosten leidt, kan dat een reden zijn om het verzoek van ouders af te wijzen. Overige voorwaarden die voor dit vervoer gelden zijn:
Er bestaat recht op een vergoeding leerlingenvervoer op basis van aangepast vervoer;
Het vervoer van of naar een tweede opstapadres komt in de plaats van het vervoer vanaf of naar het woonadres of de school;
Het betreft maximaal één opstap- en opvangadres per schooljaar;
Het tweede opstap- dan wel opvangadres ligt in dezelfde woonkern van de leerling en vlak bij de woning;
Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere eindtijd van de school volgens de schoolgids;
Het vervoer van en naar het tweede opstap-/ opvangadres vindt plaats op vaste dagen en tijden (structureel). Dit betekent, dat er sprake moet zijn van een vast, (twee-) wekelijks terugkerend patroon en voor een periode van minimaal 3 maanden.
Artikel 8