**1..** Het is verboden zonder ontheffing van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** Voor het verkrijgen van een ontheffing doet de aanvrager een melding bij het bevoegde bestuursorgaan;
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 3.9 kan een ontheffing worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg of openbare plaats.
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
**4..** Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 meter breed en 2,2 meter hoog wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog op de rijbaan voor fietsers en/of gemotoriseerd verkeer.
**5..** Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen waarop artikel 2:24 ev. APV van toepassing is;
terrassen waarop artikel. 2.27 onder b en artikel 2.25 APV van toepassing is;
standplaatsen als bedoeld in artikel 3.49;
door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;
situaties waarin er geen gevaar ontstaat voor de verkeersveiligheid;
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële en maatschappelijke doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover:
elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg bevindt;
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijs kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
haltepanelen, abri’s, DRIS-panelen, fietsenrekken, verkeersveiligheidsuitingen en oplaadpunten voor elektronische vervoermiddelen;
situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening NH2020.
**6..** De weigeringsgrond van het derde lid onder a geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
**7..** De weigeringsgrond van het derde lid onder b geldt niet voor bouwwerken.
**8..** De weigeringsgrond van het derde lid onder c geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4.3
Artikel 3.31
Voorwerpen op of aan een openbare plaats
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Huizen 2022