Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
de door burgemeester en wethouders krachtens artikel 5.10 en 5.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen personen;
de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering en Buitengewoon opsporingsambtenaren;
de overige door burgemeester en wethouders aangewezen personen.