Naar hoofdinhoud
Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, glas, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort. De gedenktekens welke geplaatst worden op de gemeentelijke begraafplaats De Kremer aan de Groenstraat te Dongen moeten worden geplaatst op een paalfundering van betonpalen of kunststof palen van een minimale lengte van 100 centimeter. Op de particuliere en algemene graven mogen alleen staande gedenktekens worden geplaatst geheel binnen de daarvoor bestemde strook op het graf. De afmetingen van gedenktekens op de particuliere en algemene graven bedraagt: Maximale hoogte: 125 centimeter boven het maaiveld; Maximale breedte 80 centimeter.; de maximale dikte van het gedenkteken inclusief voorplaat mag de diepte van de beplantingsstrook (50 centimeter) en de maximale breedte van de fundering (80 centimeter) niet overschrijden. Het gedenkteken dient te worden geplaatst op een paalfundering. De minimale lengte van de paalfundering bedraagt 100 centimeter. De afmetingen van gedenktekens op kindergraven bedraagt: Maximale hoogte: 75 centimeter boven het maaiveld; Maximale breedte 60 centimeter de maximale dikte van het gedenkteken inclusief voorplaat mag de diepte van de beplantingsstrook (50 centimeter) en de maximale breedte van de fundering (80 centimeter) niet overschrijden. Liggende gedenktekens: Op de graven, welke zijn aangegeven met de aanduiding vak 9 grafnummers 413 t/m 430, 515 t/m 574 en 598 t/m 632 mogen in afwijking van het in artikel 7.2 gestelde alleen liggende gedenktekens worden aangebracht met de volgende afmetingen: Maximale hoogte 50 centimeter; Maximale breedte 90 centimeter; Maximale lengte 190 centimeter. Aan het hoofdeinde van het graf is het toegestaan om een staand gedeelte van maximaal: 125 centimeter boven het maaiveld; 90 centimeter breed. Het gedenkteken dient te worden geplaatst op een paalfundering. De minimale lengte van de paalfundering bedraagt 100 centimeter. En de beplantingsstrook van 50 centimeter mag niet worden overschreden aan voeteneinde graf. Luxe graven: Op de graven, welke zijn aangegeven met de aanduiding vak 2 grafnummer L1 en L3 t/m grafnummer L7 mogen in afwijking van het in artikel 7 lid 2 en lid 3 gestelde ook liggende gedenktekens worden aangebracht met de volgende afmetingen: Maximale hoogte 50 centimeter; Maximale breedte 200 centimeter; Maximale lengte 220 centimeter. Aan het hoofdeinde van het graf is het toegestaan om een staand gedeelte van maximaal: 150 centimeter boven het maaiveld; 200 centimeter breed. 50 centimeter diep Het gedenkteken dient te worden geplaatst op een paalfundering. De minimale lengte van de paalfundering bedraagt 100 centimeter. En de beplantingsstrook van 50 centimeter mag niet worden overschreden aan voeteneinde graf. Op de urnengraven mogen alleen liggende grafmonumenten in de zogenaamde lessenaarstand worden aangebracht. De maximale lengte en breedte van deze gedenktekens bedraagt 60 centimeter en een maximale hoogte van 60 centimeter. Urnen in benutte nissen van het columbarium dienen verankerd te worden of door middel van een afdekplaat bevestigd te zijn. De afdekplaat is minimaal 2 centimeter en maximaal 3 centimeter dik. De afdekplaat dient te worden vastgezet met een uithardende kitsoort. Het is niet toegestaan in het columbarium te boren. Bij het gebruik van een glazen plaat is het verplicht om zowel aan de onder als bovenzijde ventilatie openingen aan te brengen in verband met mogelijke condensvorming. Bij de urnengraven in vak 8 is het toegestaan een strook grond met een breedte van 74 centimeter en met een lengte van 150 centimeter in te richten met beplanting. Dit artikel is niet van toepassing op een natuurgraf, een natuururnengraf en een graf waarin een foetus wordt begraven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel