Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn.
Verbod stil te staan: voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig.
Parkeerverboden: bij parkeerverboden is, volgens jurisprudentie, een waarnemingstijd van tien minuten reëel, voordat er kan geconstateerd dat er sprake is van parkeren.
Parkeren op laad- en loshavens: bij laad- en loshavens wordt tevens een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas dan wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Waarnemingstijd
Onderdeel van Beleidsregel wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen