De voorzitter zendt in beginsel tenminste 10 kalenderdagen voor een vergadering de leden van die vergadering een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken.
Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op vrijdag voorafgaand aan de vergadering vóór 12.00 uur aan de leden van die vergadering gezonden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1:
Artikel 11
Oproep en voorlopige agenda
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Sliedrecht 2022