Een lid, de burgemeester of wethouder of anderen voeren het woord na het van de voorzitter verkregen te hebben.
De sprekers richten zich tot de voorzitter
De voorzitter staat een interruptie uitdrukkelijk toe. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
De leden, collegeleden en overige aanwezigen spreken in beginsel vanachter het katheder. Op verzoek en met instemming van de voorzitter kan vanaf de eigen zitplaats worden gesproken.
Als een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2:
Artikel 18
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Sliedrecht 2022