• - Voor het innemen van een standplaats die is aangewezen op gemeentelijk eigendom, dient een huurovereenkomst te zijn afgesloten tussen de standplaatshouder en de gemeente.
  • - Het college stelt jaarlijks de huurprijs vast.
  • - In de huurovereenkomst worden — voor zover deze niet reeds in de door het college afgegeven standplaatsvergunning zijn opgenomen — voorwaarden gesteld aangaande:
    • - De huurprijs en de betaling van de huurprijs;
    • - De verplichtingen van de huurder;
    • - Aangaande de te verkopen waren;
    • - Het innemen en gebruik van de standplaats;
    • - Het vertrek of het overlijden van de huurder;
    • - Vakantie of verlof van de huurder;
    • - Het aanzien van de standplaats;
    • - De aansluitingen op het waternet, gas- en elektravoorzieningen;
    • - De (brand)veiligheid en milieueisen;
    • - Het niet nakomen van de voorwaarden;
    • - Aansprakelijkheid van de huurder;
    • - De duur van de overeenkomst;
    • - Het toepasselijk recht en geschillen;
    • - De verhouding tot het Standplaatsenbeleid.
  • - De huurovereenkomst wordt beheerst door de regels van het Burgerlijk Wetboek.