Naar hoofdinhoud
Voor het innemen van een standplaats die is aangewezen op gemeentelijk eigendom, dient een huurovereenkomst te zijn afgesloten tussen de standplaatshouder en de gemeente. Het college stelt jaarlijks de huurprijs vast. In de huurovereenkomst worden — voor zover deze niet reeds in de door het college afgegeven standplaatsvergunning zijn opgenomen — voorwaarden gesteld aangaande: De huurprijs en de betaling van de huurprijs; De verplichtingen van de huurder; Aangaande de te verkopen waren; Het innemen en gebruik van de standplaats; Het vertrek of het overlijden van de huurder; Vakantie of verlof van de huurder; Het aanzien van de standplaats; De aansluitingen op het waternet, gas- en elektravoorzieningen; De (brand)veiligheid en milieueisen; Het niet nakomen van de voorwaarden; Aansprakelijkheid van de huurder; De duur van de overeenkomst; Het toepasselijk recht en geschillen; De verhouding tot het Standplaatsenbeleid. De huurovereenkomst wordt beheerst door de regels van het Burgerlijk Wetboek.

Rechtspraak bij dit artikel