Tussen reclame en de activiteiten in een pand of een bedrijfslocatie moet een directe functionele relatie zijn. Reclame mag niet verwijzen naar een elders gelegen bedrijf.
Reclame-uitingen moeten qua afmeting en plaatsing op de vormgeving van een gebouw afgestemd worden en geïntegreerd zijn in de architectuur. Zij mogen geen afbreuk doen aan de architectonische uitstraling van een pand; bij nieuwbouw dan wel verbouwingsplannen moet de reclame integraal worden opgenomen in het ontwerp. Dat zal leiden tot een optimaal resultaat en als regel bijdragen aan een verhoogde kwaliteit van de architectuur.
Merkreclames zijn alleen denkbaar indien het bedrijf slechts één product voert; te denken valt bijvoorbeeld aan een autodealer. Dit om een wildgroei aan tekens te voorkomen.
De reclame hoeft niet verder zichtbaar te zijn dan de straat waar het bedrijf is gevestigd.
Hoekpercelen en bedrijven met de achterkant grenzend aan de openbare weg kunnen aan twee of meerdere zijden reclame voeren.
Reclames dienen beperkt te blijven tot de begane grond en het geveldeel dat is gelegen tussen de overgang van de begane grond en de verdieping (zone 1, zie afbeelding 1 op pagina 13), tenzij bij het bebouwingstype een uitzonderingsregel is opgenomen.
Reclame-uitingen die qua kleurstelling, materiaalgebruik en/of detaillering de harmonie van het pand of van de openbare ruimte verstoren, zijn niet toegestaan.
Reclame-uitingen in de openbare ruimte, met de gemeente als beheerder, mogen door plaats, afmeting, constructie of uitvoering geen bedreiging vormen voor de (verkeers-)veiligheid. Kwaliteit, eenvormigheid en verkeersdoorgang moeten zijn gewaarborgd. Het aantal reclame-uitingen wordt beperkt.
Afhankelijk van de plaats en de aard van de reclame kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de lichtemissie, de uitstraling en de intensiteit van de reclame.
Lichtreclame dient te voldoen aan de gestelde criteria voor gevelreclame en dient door de kleur, lichtintensiteit en/of schakelfrequentie geen hinder op te leveren voor bewoners van de naast en/of tegenover gesitueerde (boven)woningen.
Het aanlichten van reclame-uitingen (bijv. door gevelverlichting) verdient de voorkeur boven lichtreclame, maar mag geen hinder veroorzaken.
Een reclame-uiting uitgevoerd in letters van neonbuizen is toegestaan mits deze niet verblindend zijn, knipperen en of bewegen.
Bij horecabedrijven is het toegestaan om één extra reclame-uiting gerelateerd aan een merknaam (vlak of uitstekend, verlicht of onverlicht) per ge-veleenheid te plaatsen. Deze reclame-uiting dient te voldoen aan de gestelde criteria voor gevelreclame.
Kokers die bestemd zijn voor het wegwerken van leidingwerken en/of bevestiging van reclames uit te voeren in de kleur van de gevel.
Bekabeling op gevels onzichtbaar of op zijn minst zo weinig zichtbaar mogelijk wegwerken.
Met het reclamebeleid wordt voorkomen dat reclame-uitingen het straatbeeld gaan domineren en het zicht op de gevels wordt belemmerd. Daarom worden de volgende reclame-uitingen niet toegestaan:
Reclames boven ‘op’ daken of op overeenkomstige bouwdelen. Een uitzondering op dit verbod is alleen mogelijk, indien het een bekroning van de architectuur vormt en het één in de architectuur geïntegreerde reclame betreft.
Reclames op spandoeken en reclamedoeken die zijn opgespannen tussen metalen frames.
Reclames in een huisstijl die niet voldoen aan de eisen van dit beleid.
Reclames met veranderlijk of flikkerend licht, bewegende of reflecterende reclame.
Reclames op zonweringen anders dan op de volant, tenzij in een specifieke situatie het beter is om de gevelreclame te vervangen door reclame op de zonwering.
Permanente feestverlichting.
Lichtkranten, LED-light displays indoor en outdoor.
Verticaal gerichte lichtbakken.
Groot formaat banieren hoog geplaatst.
Losse letterteksten buiten de borstweringszone geplaatst.
Beachvlaggen.
Uitsteekbakken buiten de borstweringszone geplaatst (zie afbeelding 1 op pagina 13).
Reclames in zone 2 en 3 die ornamenten in de gevel aan het zicht onttrekken (zie afbeelding 1 op pagina 13).
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.1
Basisprincipes
Onderdeel van Beleidsnota Reclame en Terrassen