Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Mandatering van bevoegdheden

Onderdeel van Mandaatregeling gemeente Noordoostpolder

1.. De uitoefening van de bevoegdheden, aangeduid in het bij dit besluit behorend mandaatregister, wordt opgedragen aan de daarbij genoemde functionarissen en worden uitgeoefend namens en onder verantwoordelijkheid van het terzake bevoegde bestuursorgaan. 2.. Mandaatverlening is onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze mandaatregeling slechts toegestaan aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, de directeuren, managers, en projectmanagers/leiders, tenzij door het college anders is bepaald. 3.. Alle bevoegdheden die gemandateerd, gevolmachtigd of gemachtigd zijn, zijn standaard gemandateerd, gevolmachtigd of gemachtigd aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur 4.. Ingeval van afwezigheid van de in het tweede lid genoemde functionarissen, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger zoals beschreven in het organisatiestatuut of, bij afwezigheid van de hiervoor bedoelde plaatsvervanger, de naasthogere functionaris. Met inachtneming van deze mandaatregeling kunnen de betrokken functionarissen omtrent plaatsvervanging nadere afspraken maken. Op plaatsvervanging zijn de bepalingen van deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing. 5.. Bij de uitoefening van de bedoelde bevoegdheden als bedoeld in het mandaatregister wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen. Ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden die financiële consequenties hebben, geldt bovendien dat hierin in de begroting moet zijn voorzien en is artikel 9 van deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing. 6.. (Onder)mandaat doet geen afbreuk aan de in de regeling met betrekking tot de ambtelijke organisatie en/of eventuele wijzigingen/aanpassingen hiervan, vastgelegde verantwoordingslijnen.

Rechtspraak bij dit artikel