Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.4.

Vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Nota prostitutiebeleid

Gelet op de hiervoor genoemde belangen dienen aan de bedrijfsvoering een aantal eisen verbonden te worden. Onderscheiden naar het belang dat met oplegging van die voorschriften gemoeid is dient aan de volgende eisen voldaan te worden: Openbare orde Het is de exploitant verboden zich schuldig te maken aan overtreding van artikel 250 a en 250 ter van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel, e.d.). Het is de exploitant verboden om personen te werk te stellen, die niet beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland. Het is de exploitant verboden om minderjarigen te werk te stellen. Raamprostitutie c.q. het op andere wijze de aandacht trekken van voorbijgangers is verboden. N.B. Indien deze voorschriften overtreden worden is onmiddellijke intrekking van de vergunning mogelijk. Daarnaast dient de exploitant te allen tijde aan de gedragseisen te voldoen, zoals hiervoor vermeld. Als dat niet meer het geval is, b.v. vanwege een strafrechtelijke veroordeling kan eveneens de vergunning ingetrokken worden. (volks)qezondheid Voorschriften ter bevordering van de gezondheid Het is de exploitant verboden reclame te maken, waarbij de garantie gegeven wordt dat de prostitue(e)s in het bedrijf vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Aan klanten dient bekend gemaakt te worden dat een veilig seksbeleid gevoerd wordt. Het is echter verboden om hiermee reclame te maken. De exploitant is verantwoordelijk voor het in voldoende mate in de inrichting en in de werkkamers aanwezig zijn van condooms. Het is de exploitant verboden de prostitué(e)s aan te zetten of te verplichten tot het meedrinken van alcoholhoudende dranken met klanten. Het is de exploitant verboden te adverteren met de mogelijkheid om onveilig te vrijen. Het is de exploitant verboden de prostitue(e)s te aan te zetten of te verplichten tot onveilig te vrijen De exploitant dient de GGD toegang te verlenen voor het geven van voorlichting omtrent gezondheid en seksueel overdraagbare aandoeningen en andere beroepsrisico's en dient er voor te zorgen dat er voorlichtingsmateriaal daaromtrent in de inrichting in voldoende mate aanwezig is, zo nodig in verschillende talen. De exploitant dient de prostitué(e)s in staat te stellen zich regelmatig te doen controleren op de aanwezigheid van seksueel overdraagbare aandoeningen. De prostitu(e)e bepaalt zelf welke arts het onderzoek verricht en met welke frequentie. Hygiëne-eisen In de inrichting dienen voldoende schone handdoeken e.d. aanwezig te zijn voor het aantal te verwachten klanten op die dag. De handdoeken worden na gebruik door schone vervangen. Het bedlinnen in de werkruimten dient dagelijks te worden verschoond. De aanwezige vertrekken en sanitaire voorzieningen dienen te allen tijde in een zintuiglijk schone staat te verkeren; in iedere werkruimte dient stromend water, papieren handdoekjes, een afvalbak en vloeibare zeep voor handen te zijn. Na iedere klant dient het bed laken verschoond te worden. Vuil linnengoed dient verzameld te worden in een afsluitbare container. Hulpstukken moeten na elk gebruik huishoudelijk schoon gemaakt worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel