Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.4

Artikel 7.4.2

Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie.

Onderdeel van VTH-beleid Halderberge

Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met de wettelijke regelgeving. Indien dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld. Collegiaal overleg In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaats vinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal, nadat dit is afgestemd met de juridisch medewerker, mondeling contact opnemen met zijn collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Hij zal trachten het probleem op te lossen. Van het contact zal een schriftelijke notitie gemaakt worden die in het handhavingsdossier gevoegd zal worden. Overleg teamleider Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terug koppelen met de juridisch medewerker. De juridisch medewerker zal de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken met de teamleider. De teamleider zal de overtreding bespreken in het Managementteam (MT). Hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier toegevoegd zal worden. Advies burgemeester en wethouders Indien er via het MT geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de juridisch medewerker een advies voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, zal in het handhavingsdossier gevoegd worden.

Rechtspraak bij dit artikel