Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar zijn oordeel leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de betrokkene(n), ten gunste van de aanvrager af te wijken. Deze bevoegdheid is tevens doorgelegd naar het Afdelingshoofd Parkeerbedrijf om af te wijken van de regelgeving vermeld in de Parkeerverordening, de Parkeerbelastingverordening in die gevallen dat:
a. strikte toepassing van die regelgeving voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met die regelgeving te dienen doelen, dan wel;
b. leidt tot onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de parkeerbelastingverordening mochten voordoen.