**1..** Tot de subsidiabele kosten behoren, voor zover noodzakelijk en relatie tot het doel van de subsidie, met inachtneming van artikel 31 (‘Opleidingssteun’) en de algemene bepalingen van de AGVV:
de personeelskosten van de opleiders, voor de uren dat de opleiders aan de opleiding deelnemen;
rechtstreeks met het opleidingsproject verband houdende operationele kosten van opleiders en deelnemers aan de opleiding, zoals reiskosten, accommodatiekosten, materiaal en benodigdheden die rechtstreeks met het project verband houden, de afschrijving van werktuigen en uitrusting voor zover deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden gebruikt;
kosten van adviesdiensten met betrekking tot het opleidingsproject;
de personeelskosten van de deelnemers aan de opleiding en algemene indirecte kosten (administratieve kosten, huur, algemene vaste kosten), voor de uren dat de deelnemers de opleiding bijwonen.
**2..** Tevens behoren de subsidiabele kosten met inachtneming van de de-minimis vrijstellingsverordening, kosten voor zover noodzakelijk en relatie tot het doel van de subsidie en voor zover deze kosten niet vallen onder lid 1 van dit artikel:
kosten die de penvoerder maakt voor de coördinatie, projectleiding, ondersteuning en communicatie van impulsplan;
kosten voor instrument- en methode-ontwikkeling;
kosten voor de ontwikkeling van scholingsaanbod;
kosten voor de certificering van het ontwikkelde scholingsaanbod;
kosten voor de realisatie van soepele en veilige transities naar beroepen met tekorten en groeipotentie;
kosten voor het betrekken van kandidaten.
**3..** Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:
kosten die betrekking hebben op de feitelijke bij-, her- en omscholing van werkenden en werkzoekenden;
kosten die betrekking hebben op het opstellen, indienen en verantwoorden van het impulsplan en de daaraan gekoppelde subsidieaanvraag;
kosten voor reguliere activiteiten van de deelnemers aan het samenwerkingsverband.
Artikel 6