Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2.. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4.. De vragen en het antwoord worden opgenomen als een agendapunt voor de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel