Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.

Artikel 19.

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Gennep 2022

Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers ieder voor maximaal vijf minuten het woord voeren over geagendeerde of actuele onderwerpen. De voorzitter kan bij een groot aantal insprekers een maximale termijn bepalen waarop kan worden ingesproken. De voorzitter kan bepalen dat het inspreken gebeurt voorafgaande aan het onderwerp op de agenda. Het woord kan niet gevoerd worden over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over een onderwerp waarop reeds eerder door de betreffende persoon, groep personen of organisatie is ingesproken. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit tenminste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter bepaalt de volgorde waarop insprekers het woord kunnen voeren. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De spreker overlegt zijn tekst dan wel een samenvatting hiervan tevoren of naderhand aan de griffier. Deze tekst wordt toegevoegd aan de vergaderstukken. De leden kunnen in de raadsvergadering verduidelijkende vragen stellen aan de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel