Riolering is aangelegd om:
de volksgezondheid te beschermen,
droge voeten te houden en
een goede leefomgeving te bevorderen.
Vanuit deze primaire doelen van de rioleringszorg zijn de doelen voor de rioleringszorg opgezet. Deze haken aan de wettelijke zorgplichten:
Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater.
Zorgen voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater.
Zorgen dat (voor zover mogelijk en doelmatig) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert.
Door aan deze doelen functionele eisen en maatstaven te koppelen, is de rioleringszorg toetsbaar gemaakt. In bijlage B5 is het volledige overzicht van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden opgenomen. De huidige situatie voldoet grotendeels aan de genoemde doelen. Echter vanwege de steeds meer intensievere buien zien we dat de riolering maar ook de openbare ruimte het regenwater niet altijd goed kan verwerken. En ondanks het afkoppelen van grote oppervlakken wordt nog steeds veel schoon hemelwater naar de RWZI (rioolwaterzuivering) afgevoerd. Tabel 1 geeft een overzicht waar we staan en waar nog acties naar uit moeten gaan.
Tabel 1Toetsing huidige situatie
Doel 1: Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater
Functionele eisen
Toetsing
Uitleg
1a
Alle percelen op het gemeentelijk gebied waar afvalwater vrijkomt moeten van een rioleringsaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling een zelfde graad van milieubescherming biedt.
Het afvalwater dient te worden ingezameld zonder dat dit risico’s met zich meebrengt voor de volksgezondheid en het milieu.
Alle percelen zijn aangesloten.
1b
Er dienen geen ongewenste lozingen op de riolering plaats te vinden.
Af en toe worden foutieve aansluitingen aangetroffen, deze worden dan direct herstelt. Hier wordt niet actief naar gezocht.
1c
Het scheiden van (afval) water stromen in huishoudens, bedrijven en industrie dient te worden bevorderd.
Bij nieuwbouw wordt altijd een gescheiden rioolstelsel aangelegd.
1d
De aansluitleidingen waar de gemeente verantwoordelijk voor is, moeten in goede staat zijn.
De ontvangen meldingen zijn snel opgelost.
1e
Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend rioolwater en intredend grondwater beperkt blijft.
Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd en gebreken worden aangepakt.
1f
Geen onaanvaardbare gezondheidsrisico's door rioolwater.
Aandachtspunten uit het BRP van 2021 worden aangepakt in de planperiode.
1g
Schonen tracé watergang achter gemengde overstort na optreden overstortgebeurtenis.
Na een flinke regenbui worden de watergangen achter overstorten schoongemaakt.
Doel 2: Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater
Functionele eisen
Toetsing
Uitleg
2a
De afstroming dient gewaarborgd te zijn.
Uit inspectie komen enkele keren maatregelen naar voren, reparaties worden dan snel uitgevoerd. Er komen uit meldingen geen locaties naar voren met verstoppingen.
2b
Het afvalwater dient zonder overmatige aan rotting de RWZI te bereiken.
Uit het BRP blijken geen lange verblijftijden, er zijn weinig stankmeldingen.
2c
De afvoercapaciteit van de riolering voor afvalwater moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden.
Bij normale situaties is geen sprake van wateroverlast.
2d
De objecten moeten in goede staat zijn.
Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd en gebreken worden aangepakt. Meldingen worden snel opgelost.
2e
Geen langdurige afvoer van drainagewater op gemengde en/of vuilwater riolering.
De drainage stelsels lozen via gemalen op oppervlaktewater.
2f
De vuiluitworp door overstortingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn.
De basisinspanning is bereikt met de huidige gerealiseerde bergbezinkbassins. De overige gemengde overstorten zijn in tact gelaten.
2g
Overstortingen mogen niet leiden tot inundaties.
In de meeste gevallen is er geen sprake, echter als de Dommel een zodanig hoog niveau heeft, kan het zijn dat de overstort deels verdronken is. Dit geldt eventueel ook voor de watergangen die in beheer zijn van het waterschap. Als daar de stuwen opstaan verliezen onze overstorten hun afvoer.
Doel 3: Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door particulieren)
Functionele eisen
Toetsing
Uitleg
3a
Voor zover rendabel afkoppelen van schoon hemelwater zonder wateroverlast en ongewenste milieuverontreiniging te veroorzaken.
Bij nieuwbouw wordt gescheiden aangelegd.
3b
Schoon hemelwater zal bij voorkeur worden hergebruikt en/of geïnfiltreerd in de bodem dan wel afgevoerd middels bufferbassins en/of afwateringssloten.
Er wordt nog veel hemelwater verwerkt in de gemengde riolen.
3c
De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden.
Kolken worden regelmatig gereinigd, beperkt aantal meldingen.
3d
Beperkte hoeveelheid intredend grondwater.
Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd en gebreken worden aangepakt.
3e
Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend water beperkt blijft (m.u.v. IT-riolen).
Uit inspectie komen enkele keren maatregelen naar voren, reparaties worden dan snel uitgevoerd.
3f
Geen ongewenste lozingen op de hemelwaterriolering.
Enkele keren een melding van verontreiniging in oppervlaktewater. Dan wordt onderzoek gedaan en de oorzaak verholpen.
3g
Geen (langdurige) afvoer van drainagewater via (V)GS.
De drainage stelsels lozen via gemalen op oppervlaktewater.
Doel 4: Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater
Functionele eisen
Toetsing
Uitleg
4a
De ondergrondse afvoercapaciteit van de riolering voor hemelwater moet toereikend zijn om het aanbod bij ontwerpbui te kunnen verwerken.
Uit de berekeningen in het BRP 2021 komen bij bui 08 (1D berekening) enkele aandachtsgebieden naar voren, dit zijn reeds bekende wateroverlast locaties. Uit de rekenresultaten met bui 10 (1D berekening) wordt geconcludeerd dat de afvoercapaciteit bij extreme neerslag tekort schiet.
4b
De bovengrondse verwerkingscapaciteit is toereikend om extreme hoeveelheden neerslag te kunnen verwerken.
Uit zowel de klimaatstresstest (2021) als ook de stromingsberekeningen over maaiveld in het BRP 2021 komen bovengrondse knelpunten in beeld waar er risico is voor onbegaanbare wegen en wateroverlast in woningen. Met klimaatdialogen wordt bepaald welk risico aanvaardbaar is en welk risico onaanvaardbaar. Daarop worden maatregelen voor de korte en lange termijn verwacht.
4c
De vuiluitworp door hemelwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn.
Er zijn geen waterkwaliteitsknelpunten bekend. In het BRP 2021 is het verhard oppervlak geactualiseerd en is enkel het hydraulisch functioneren beschouwd en niet het milieutechnisch functioneren. Met de realisatie van randvoorzieningen en retentiebassins ligt de vuiluitworp vanuit het gemengde stelsel binnen de normen.
4d
De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn.
Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd, gebreken worden aangepakt. Uit meldingen komen geen locaties naar voren met verstoppingen.
4e
Overstortingen en hemelwaterlozingen mogen niet leiden tot inundaties.
In de meeste gevallen is er geen sprake van, echter als de Dommel een zodanig hoog niveau heeft, kan het zijn dat de overstort deels verdronken is. Dit geldt eventueel ook voor de watergangen die in beheer zijn van het waterschap. Als daar de stuwen opstaan verliezen onze overstorten hun afvoer.
4f
Overstortwater moet ongestremd kunnen lozen op oppervlaktewater.
Bij normale regenbuien is dit goed mogelijk binnen onze gemeente. Een te hoog peil in watergangen door benedenstroomse stuwen kan stremming opleveren.
4g
De objecten moeten in goede staat zijn.
Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd en gebreken worden aangepakt. Meldingen worden snel opgelost.
Doel 5: Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert.
Functionele eisen
Toetsing
Uitleg
5a
Nieuwbouw: Adequaat ontwerp van de ontwatering voor bebouwing en wegen (beheerfase).
Sinds 2021 worden alle bouwplannen centraal getoetst via de zogenaamde "Intaketafel". Hierbij worden alle plannen vanuit de diverse disciplines getoetst op haalbaarheid.
5b
Bestaande bebouwing: Adequaat ontwerp.
Bij structurele meldingen van grondwateroverlast wordt gezocht naar een oplossing voor de lange termijn, dit is in het verleden gedaan door bijvoorbeeld de aanleg van een drainagesysteem.
5c
De afvoercapaciteit van relevante drainageleidingen is voldoende om het drainagewater te kunnen verwerken.
Grondwaterstanden (uit peilbuizen) geven geen knelpunten aan. Geen meldingen bekend bij de gemeente.
5d
Actuele en publiektoegankelijke informatie .
In de komende jaren worden de gegevens van het grondwatermeetnet voor eenieder toegankelijk via de landelijke website BRO.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Toetsing huidige situatie
Onderdeel van Gemeentelijk rioleringsplan Geldrop-Mierlo