Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

Speerpunt 2: Een klimaatbestendig watersysteem

Onderdeel van Gemeentelijk rioleringsplan Geldrop-Mierlo

Het klimaat is aan het veranderen en leidt onder andere tot grotere en intensere buien. Het (hemel)watersysteem en de waterketen moeten deze neerslag kunnen verwerken. Daarnaast hebben we steeds vaker te maken met een toename van hete dagen (hittestress) met langdurige droogte (verdroging) en een risico op overstroming van de beekdalen. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met technische maatregelen is op te vangen (bijvoorbeeld grotere rioolbuizen), maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Met een integrale aanpak richten we ons op afstemming tussen de waterketen, het watersysteem en de leefomgeving. Naast het op orde houden (of brengen) van het rioleringssysteem geven we invulling aan opgaven die in de leefomgeving plaatsvinden. Bijvoorbeeld het wegnemen van een hydraulisch knelpunt in de riolering door de aanleg van een retentievijver of wadi (Vesperstraat, Heer Dickbierweg) en dit te combineren met het reduceren van hittestress door te vergroenen in sterk verstedelijkt gebied. Dit noemen we klimaatadaptatie. Ook verkeersdrempels kunnen hierbij een belangrijke rol spelen in positieve of negatieve zin. Het zijn immers “dijkjes” die water tegenhouden en die daarmee wateroverlast kunnen tegen gaan of juist doen ontstaan. Samen met Waterschap de Dommel en Waterschap Aa en Maas werken we aan een klimaatbestendig watersysteem en communiceren richting inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wat ze wel of niet van ons mogen verwachten. Doel: Wij passen de fysieke leefomgeving aan op het veranderende klimaat De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en wat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft dit niet te ontvangen, tenzij de houder ervan het redelijkerwijs niet kan verwerken. Afbeelding 6Ruimte voor water in bestaand stedelijke gebied, aangelegde wadi aan Heer Dickbierweg Ambitie: We gebruiken hemelwatervoorzieningen voor verbetering van onze leefomgeving We houden bij de (her-)inrichting van de openbare ruimte binnen en buiten de bebouwde kom, rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden. We zijn ons bewust dat de afvoer kan worden bemoeilijkt door hoge waterstanden in oppervlaktewater. We houden water vast waar dit in een behoefte kan voorzien en voorkomen onnodig hoge afvoerpieken. We beoordelen of we de zorgplicht hemelwater naar behoren invullen en onze ambities voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: Het anticiperen op extreme neerslag in de bovengrond maakt aantoonbaar deel uit van onze planvorming. Er is bij elke maatregel in de openbare ruimte de afweging gemaakt om hemelwater lokaal te infiltreren en indien dit niet mogelijk is, af te koppelen. We hanteren bij het invulling geven aan de wettelijke zorgplicht en onze ambities onderstaande gidsprincipes: Gidsprincipes We hanteren de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. We benutten de inrichting van de openbare ruimte voor het sturen en de opvang van overtollig hemelwater. We streven naar efficiënte, robuuste voorzieningen voor de opvang van hemelwater afkomstig van verhard openbaar terrein. We verwachten van onze inwoners dat zij hemelwater zoveel mogelijk verwerken op hun eigen perceel. We informeren en stimuleren inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ondernemers hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in de aanpak van wateroverlast problematiek. We accepteren vaker water op straat en communiceren dat water op straat hygiënisch verontreinigd kan zijn. We volgen bij keuzes voor locaties van waterberging de karakteristieken van de specifieke ondergrond met goed en minder goed doorlatende gebieden. We stemmen waterpeilen af op de functies in de omgeving en ondernemen zo nodig actie (we kijken daarbij naar de lange en korte termijn). Strategieën In de komende jaren willen we als gemeente met de uitwerking van het nieuwe klimaat beleid, steeds meer klimaatadaptieve maatregelen nemen. Enerzijds wordt ingespeeld op de klimaatveranderingen door ruimte te maken voor water en actiever regenwater af te koppelen, anderzijds wordt de omgeving ook vergroend zodat dit bijdraagt aan het voorkomen van hittestress. De openbare ruimte wordt daarmee steeds bestendiger tegen de extreme situaties. Klimaatbestendig betekent dat normale buien niet tot hinder leiden, dat de vitale functies bij meer extreme buien niet uitvallen en dat de mate van waterschade is verminderd ten opzichte van nu voor wat betreft de extreme piekbuien die de klimaatverandering heeft voortgebracht. Specificatie hierover is te vinden in Tabel 3. Normale buien komen gemiddeld eenmaal per één à twee jaar voor. Bij extreme buien denken we aan buien met een theoretische frequentie van eenmaal per 10 -100 jaar. Normale buien proberen we zoveel mogelijk ondergronds te bergen en af te voeren. Extreme buien verwerken we vanuit economisch oogpunt bij voorkeur bovengronds op locaties met een laag/gemiddeld risicoprofiel zoals bijvoorbeeld verlaagde groenvoorzieningen. Daar waar mogelijk voeren we het hemelwater niet af, maar verwerken het op de plaats waar het valt als aanvulling op het grondwater. Beleidsregel omgaan met het risico op wateroverlast in de bestaande situatie Om onze inwoners en bezoekers van onze gemeente tegen wateroverlast te beschermen hanteren we een beleid waarbij we onderscheid maken tussen hinder, overlast en waterschade. DEFINITIE VAN HINDER, OVERLAST, WATERSCHADE Hinder (normale bui) Hinder heeft de volgende kenmerken: kortdurende periode van water op straat (15-30 minuten); verkeer is nog mogelijk. Overlast (extreme bui) (Water)overlast heeft één van de volgende kenmerken: langer durende periodes van water op straat (30-120 minuten); verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, hoge waterstand op straat). Waterschade (zeer extreme bui) (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: (grote) economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in panden met schade tot gevolg. In geval van hinder treffen we geen maatregelen. Gelet op de klimaatverandering neemt de frequentie van water op straat toe. Met het nemen van klimaat adaptieve maatregelen proberen we de frequentie van optreden van water op straat te beperken. Ook wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van inwoners die bijvoorbeeld hun rijgedrag moeten aanpassen. Inwoners zullen moeten accepteren dat er wat vaker en langer water op straat staat. In het geval van overlast situaties treffen we tijdelijke veiligheidsmaatregelen zoals verkeersafzettingen zodat verkeer geen golf van water veroorzaakt die tot overlast leidt in panden. Om de kans op overlast in de toekomst te beperken treffen we structurele verbetermaatregelen in combinatie met reconstructie-werkzaamheden of maatregelen in de openbare ruimte. Afbeelding 7Water op straat bij hevige neerslag van 16 juni 2020 Waterschade willen we uiteraard niet, doch dit is nooit volledig uit te sluiten. In de onverhoopte situatie dat er sprake is van waterschade, stellen we een onderzoek in naar mogelijke oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen, en als blijkt dat geen sprake was van overmacht maar van een structureel probleem, streven we ernaar om (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen te nemen om het risico op waterschade te beperken. We streven er naar om binnen een periode van tien jaar structurele en lokale verbetermaatregelen of verbetermaatregelen elders in het systeem te nemen als dit effectiever is. Wateroverlast die ontstaat als gevolg van extreme neerslag waartegen we ons redelijkerwijs en tegen betaalbare kosten niet kunnen wapenen beschouwen we als overmacht. Om een vinger aan de pols te houden en in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, houden we de hydraulische berekeningen actueel en stellen we periodiek het Systeemoverzicht Stedelijk Water bij (SSW, en is de opvolger van het BasisRioleringsPlan). We toetsen de riolering aan verschillende buien om meer inzicht te krijgen in locaties waar we maatregelen zouden moeten treffen. Hiervoor hanteren we buien die in de Kennisbank Riolering van Stichting RIONED zijn gedefinieerd. Tabel 3 geeft weer hoe we hiermee om gaan. Tabel 3Uitgangspunten gemeente bij neerslaggebeurtenissen Theoretische bui mm neerslag Uitgangspunt gemeente Bui 08 (T=2) 19,8 Bestaande rioolstelsels voldoen in basis aan deze bui en geven geen w.o.s. Voldoen we hier niet aan dan verruimen we de capaciteit van de riolering op het moment dat zich een vervangingsproject aan dient of koppelen we hemelwater af om de belasting op het rioolstelsel te beperken. Bui 09 (T=5) 29,4 Bij aanpassingen van de bestaande riolering toetsen we het ontwerp op deze bui en streven we er naar dat deze bui geen (extra) water op straat geeft. Bui 10 (T=10) 35,7 Bij aanpassingen toetsen we het risico op water in panden afkomstig vanaf openbaar terrein. Wanneer er een risico is onderzoeken we de situatie en wegen we op basis van kosteneffectiviteit af welke maatregel het meest passend is voor korte en lange termijn. Extreme bui (T=25) 40 We vinden dat wegen (niet zijnde hoofdwegen) begaanbaar moeten blijven (maximaal 0,15 m water op straat) bij extreme neerslag, maar dat er ook situaties zijn waarbij sprake is van overmacht. We streven ernaar de wegen begaanbaar te houden tot buien van 40 mm per uur. Treedt meer water op straat op dan gaan we onderzoeken welke maatregelen we kunnen treffen om de hoeveelheid water op straat te verminderen. We willen waterschade aan panden door neerslag zoveel mogelijk voorkomen. Ook inwoners hebben aangegeven hier veel belang aan te hechten. Daarom streven we ernaar om er voor te zorgen dat er bij een bui tot 40 mm per uur geen schade optreedt aan panden. Wanneer sprake is van waterschade in panden dan onderzoeken we de oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen en als blijkt dat er geen sprake is van overmacht maar van een structureel probleem, streven we er naar om (tijdelijke) kosten efficiënte maatregelen te nemen om het risico op waterschade te beperken. Extreme bui (T=100) 70 We vinden dat hoofdwegen in principe begaanbaar moeten blijven (maximaal 0,15 m water op straat) bij extreme neerslag, maar dat er ook situaties zijn waarbij er sprake is van overmacht. We streven ernaar om hoofdwegen begaanbaar te houden voor hulpdiensten tot buien van 70 mm per uur. We streven er naar onze tunnels bij een bui van 70 mm per uur begaanbaar te houden, maar we realiseren ons ook dat het van belang is om kosten efficiënte maatregelen te nemen om het risico van onder gelopen tunnels te beperken. Ook toetsen we het risico op waterschade bij panden. Wij zoeken hierbij aansluiting bij de landelijke neerslaggebeurtenissen voor de stresstest die hiervoor zijn ontwikkeld. We beoordelen de kosteneffectiviteit van een maatje meer en dimensioneren daarop de verbetermaatregelen. Zeker in de hoofd afvoerstructuur kan een zwaarder gedimensioneerde leiding een behoorlijke uitstraling hebben op het beschermingsniveau tegen wateroverlast in een groter gebied. Aangezien de ondergrondse afvoercapaciteit nooit voldoende is om elke willekeurige bui probleemloos af te voeren, verwerken we het overtollige regenwater bovengronds. De inrichting van de openbare ruimte wordt aangepast, waardoor water naar plaatsen kan worden geleid waar het geen schade veroorzaakt, of door waterstromen op maaiveld niveau af te buigen (bv door plaatsen/weghalen van verkeersdrempels). Beleidsregels ontwerpnorm waterberging Als ontwerpnorm hanteren we net als de Brabantse waterschappen (Keur) 60 mm berging van hemelwater in de boven- en/of ondergrond en binnen het plangebied. Deze eis geldt voor (nagenoeg) elke toename of wijziging van afvoerend verhard oppervlak ongeacht de lozingssituatie. Bij de ontwikkeling van nieuwbouw geldt dus: “Eerst ’t water de rest komt later” Bij alle ontwikkelingen binnen onze gemeente zijn deze beleidsregels leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte en voor lozingen op de bodem en op oppervlaktewater. De gemeente hanteert altijd de 60 mm norm voor waterberging en houdt geen rekening met een gevoeligheidsfactor zoals het waterschap dat doet. Naast de gemeentelijke regels blijven ook de regels van het waterschap van toepassing, waarbij de zwaarste ‘eis’ leidend is. Voor wat betreft bouwplannen dienen deze beleidsregels te worden vertaald in een bestemmingsplan of een dynamische verwijzing in je omgevingsplan (na invoering van de omgevingswet). Los van deze beleidsregels kijken we ook naar de standaard neerslaggebeurtenissen voor de stresstest. Bij een dergelijke bui mag in principe geen schade optreden aan eigendommen en/of mogen geen essentiële gebruiksfuncties uitvallen. Uitgangspunt is vasthouden van regenwater en het laten infiltreren naar de ondergrond of hergebruiken. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt regenwater geborgen en vertraagd afgevoerd. Hierbij gaat de voorkeur van vertraagde afvoer uit naar lozing op oppervlaktewater. Alleen bij inbreidingslocaties met hoge grondwaterstanden en/of kabels, leidingen of boomwortels én indien dit technisch niet haalbaar is bestaat de mogelijkheid om af te wijken van deze norm om 60 mm waterberging op de locatie van de ontwikkeling te realiseren. Het is aan de ontwikkelende partij om aantoonbaar te maken dat deze eis niet haalbaar is. Het streven is dan om minimaal 30mm waterberging te realiseren. Door middel van maatwerk mag het tekort aan waterberging in de nabije omgeving worden gerealiseerd (binnen het zelfde rioleringsgebied). Dit kan bijvoorbeeld een combinatie worden van waterberging die de gemeente al aan zou leggen waarbij initiatiefnemer een bijdrage doet om de waterberging te vergroten. Bij afwijking van de norm, wordt ervan uitgegaan dat alle te realiseren daken, binnen het plangebied, worden voorzien van een groen dak. Tenzij het dak noodzakelijk is om te voldoen aan de BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouwd) normen. Uitzondering hierop zijn de platte daken, aangezien op platte daken wel nog water geborgen en vertraagd kan worden afgevoerd. Om bij extreme situaties wateroverlast te voorkomen mag er na realisatie van waterberging wel een afvoer van hemelwater worden ingebouwd. In feite volgen we daarbij de trits, vasthouden – bergen – afvoeren (zie Afbeelding 8). Afbeelding 8Vasthouden – bergen - afvoeren Voor alle uitbreidingslocaties geldt dat de waterberging binnen het plan moet worden gerealiseerd. Het realiseren van waterberging wordt afgedwongen via het bestemmingsplan of in de toekomst via het omgevingsplan. Omgaan met hemelwater bij Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding en bijgebouwen), herbouw, aanbouw Bij de keuze van nieuwe bouwlocaties of vitale/belangrijke infrastructuur vermijden we, voor zover mogelijk, het bouwen op lager gelegen (grond)wateroverlastgevoelige locaties. Wanneer het niet anders kan dan op lager gelegen (grond)wateroverlast gevoelige locaties te bouwen eisen we dat de initiatiefnemer (extra) maatregelen neemt om overlast tegen te gaan en toetsen we hierop. We waken ervoor dat hoger gelegen/aangelegde nieuwbouw geen extra risico vormt op (grond)wateroverlast in nabij gelegen lagere gebieden. Afbeelding 9Groen dak en groene inrichting rondom bredeschoolLuchen Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding, bijgebouwen), herbouw of aanbouwen kan tot een toename leiden van afvoerend oppervlak en daardoor versnelde afvoer van hemelwater. Het risico op wateroverlast neemt hierdoor toe. Bij nieuwbouw is er vaak nog voldoende ruimte en flexibiliteit om water te bergen en de (openbare) ruimte klimaatbestendig in te richten. We streven naar robuuste watersystemen, waarbij het hemelwater bij voorkeur bovengronds wordt geïnfiltreerd in de bodem. In deze situaties dienen initiatiefnemers binnen het plangebied de waterberging op te lossen en geldt een eis van 60 mm per m2 verhard oppervlak. Groene daken worden in basis als verhard beschouwd maar tellen wel mee in de waterberging voor het aantal mm dat op het dak kan worden geborgen. Verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was wordt niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm. Enkel in geval van hoge grondwaterstanden kan worden afgeweken. Omgaan met hemelwater bij tijdelijke woonunits op bouwlocaties Bij tijdelijke bouwunits die worden geplaatst op een locatie waar een nieuwe woning wordt gebouwd geldt er geen verplichting om een waterberging op eigen perceel aan te leggen. Omgaan met hemelwater bij herinrichtingen en aanleg van gescheiden riolering Door klimaatverandering en het daardoor optreden van meer extreme buien neemt de druk op het stedelijk watersysteem steeds verder toe. Op het moment dat zich een reconstructie voordoet of de riolering wordt vervangen waarbij de straat open gaat, ontstaat een kans om hierop te anticiperen door op de riolering afvoerend oppervlak af te koppelen. Hierdoor ontlasten we het systeem en verminderen we ook de frequentie van riooloverstortingen. We zorgen voor een beter rendement van de RWZI en stimuleren het benutten van hemelwater voor de planten en bomen. De kwaliteit van de leefomgeving neemt hierdoor toe, ten gunste van de inwoners. We beschouwen klimaatadaptatie als een gezamenlijke opgave van overheid, inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dit betekent dat we het op de riolering afvoerend oppervlak in de openbare ruimte afkoppelen op plaatsen waar we de gemengde riolering vervangen. Daarbij streven we naar zo veel mogelijk waterberging voor het afgekoppelde hemelwater om risico’s van wateroverlast te verminderen. We realiseren ons dat 60 mm berging per m2 verhard afgekoppeld oppervlak voor bestaand stedelijk gebied niet altijd realistisch is gezien de beperkt beschikbare ruimte, maar kijken per situatie wat wel te realiseren. Afbeelding 10Aanleg ondergrondse waterberging Parallelweg Door inzet van een afkoppelcoach stimuleren we particulieren, om op de riolering afvoerend oppervlak af te koppelen wanneer de straat open gaat. Voorzijdes van daken afkoppelen levert extra verhard oppervlak dat niet meer naar de riolering afvoert maar in de bodem kan infiltreren of vertraagd naar oppervlaktewater kan worden afgevoerd. Geven particulieren aan mee te doen met het afkoppelen, dan leggen we uitleggers aan vanaf het openbaar riool tot aan de erfgrens van het perceel en passen het rioolontwerp hierop aan. Op plaatsen waar in de openbare ruimte vanuit riolering geen opgave is maar vanuit andere werkvelden wel, zien we afkoppelen als een kans. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte houden we, binnen de reikwijdte van de watertaken, rekening met het tegengaan van hittestress, verdroging en waterkwaliteitsproblemen. Als gemeente enthousiasmeren we inwoners hun tuin te vergroenen, regenwater af te koppelen of groene daken aan te leggen, hiervoor kan subsidie worden aangevraagd . Mooie voorbeeldprojecten en/of fraai verduurzaamde wijken zetten we in als smaakmakers voor de rest. Met betrekking tot de kwaliteit van het hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde: schoon houden-gescheiden houden-zuiveren. Hemelwater dat op daken van woningen/bedrijven en/of wegen met relatief weinig verkeer valt, beschouwen we als voldoende schoon om te kunnen infiltreren in de bodem. Ten aanzien van andere verharde oppervlakken die lozen op oppervlaktewater beoordelen we samen met het waterschap de situatie en streven we naar een doelmatige oplossing. Op die manier worden risico’s voor de waterkwaliteit zoveel mogelijk beperkt. De handreiking hemelwaterbeleid is in Afbeelding 11 weergegeven. Een grotere versie is te vinden in bijlage B7. Afbeelding 11Handreiking hemelwaterbeleid Geldrop-Mierlo Leegloopvoorziening gerealiseerde waterbergingen De waterbergende voorziening moet binnen 2 dagen weer beschikbaar zijn voor een volgende regenbui. Door de bergingsvoorziening in combinatie met de leegloopvoorziening slim te ontwerpen (inhoud, diameter knijpconstructie en hoogte knijpconstructie) kan er meer water worden geïnfiltreerd, waarbij het merendeel van de buien kan worden opgevangen en werkelijk een aanvulling op het grondwater is. Eventuele leegloop naar oppervlaktewater mag niet meer dan de landelijke afvoer van 1 l/s per hectare bedragen. Wanneer er een bui valt van meer dan T100 mag dit 2 l/s/ha zijn. Overloopvoorziening voor extreme situaties De gerealiseerde waterberging moet voorzien worden van een overloopvoorziening voor situaties waar er meer neerslag valt dan waarop de waterberging is ontworpen. Een overloopvoorziening kan bijvoorbeeld als een “omgekeerde kolk principe” worden uitgevoerd of een overstroompunt richting de openbare ruimte, maar ook een bladvanger of ontlastput kan als noodoverlaat dienen. De overloopvoorziening en de ontvangende ruimte waar het water naar toestroomt vanuit de overloopvoorziening moet zodanig ontworpen zijn, dat wateroverlast wordt beperkt. We gaan de dialoog aan met particulieren Sinds de extreme regenval in augustus 2020 zijn we actiever samen met het waterschap en onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in gesprek gegaan over het klimaat. Met de klimaatstresstesten hebben we in 2021 de klimaatbestendigheid van onze gemeente in beeld gebracht en zijn in 2022 klimaatdialogen gehouden. We nemen samen met de waterschappen het initiatief om met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in gesprek te komen en te blijven over klimaatbestendigheid. Aanleg en onderhoud duikers krijgt voldoende aandacht Om overlast door verstopte duikers te beperken is het belangrijk dat duikers in waterlopen goed worden aangelegd en worden onderhouden. De eigenaar (vergunninghouder/belanghebbende) is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van duikers. Onderhoud van duikers heeft onvoldoende structurele aandacht gehad in de afgelopen periode. Hevige neerslag vraagt om een structurele aanpak zodat duikers die af moeten kunnen voeren dit ook doen. In de komende planperiode wordt een onderhoudsplan opgesteld voor de door de gemeente te onderhouden duikers. Het waterschap stelt via haar Keur regels ten aanzien van de aanleg van duikers in waterlopen. De gemeente vindt dat de aanleg van duikers maatwerk is, waarbij per locatie gekeken wordt wat acceptabel is, in overleg met initiatiefnemer maken we afspraken ten aanzien van aanleg en beheer en onderhoud. Toekomst bestendig onderhoud door waterschappen Slootonderhoud zorgt ervoor dat de waterstand en de waterkwaliteit op peil wordt gehouden. Regelmatig baggeren en maaien voorkomt dat beken en sloten dichtslibben en zorgt ervoor dat het water schoon en gezond blijft. Slootonderhoud voorkomt niet alleen droogte en wateroverlast, maar ook vissterfte en stankoverlast. Om A-watergangen in de regio Oost-Brabant veiliger en schoner te maken introduceert Waterschap Aa en Maas toekomstbestendig slootonderhoud. Het doel is de veiligheid vergroten, duurzamer onderhoud, verbetering van de waterkwaliteit en een eerlijke verdeling zodat iedereen evenveel merkt van het onderhoud. Waterschap de Dommel hanteert een zelfde wijze van beheer en onderhoud waarbij maatwerk op het onderhoudsregime mogelijk blijft. Als gemeente werken wij hier graag aan mee. Gebiedsgericht maatwerk Een belangrijke uitdaging bij het realiseren van opgaven op het gebied van water en klimaat is een gebiedsgerichte en integrale aanpak. Daar waar kansen worden gezien gaan we de samenwerking aan met gebiedspartners.

Rechtspraak bij dit artikel