Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.4

Speerpunt 4: Water als ordenend principe

Onderdeel van Gemeentelijk rioleringsplan Geldrop-Mierlo

In het verleden was water vaak ondergeschikt aan ordenende principes als wegen, bebouwing en groen. Dit heeft geleid tot hoofdzakelijk ondergrondse en aan het zicht onttrokken voorzieningen. Met de toenemende druk op het watersysteem is de bovengrond steeds meer nodig voor de verwerking van overtollig hemelwater. Water en bodem wordt hierdoor nog belangrijker als mede ordenend principe. We werken toe naar vernieuwende deltabeslissingen voor een waterveilig land met voldoende zoetwater en een toekomstbestendige inrichting. Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter. Ambitie: we gebruiken water als mede ordenend principe We streven ernaar om het watersysteem en de openbare ruimte in samenhang duurzaam in te richten. Ook passen we het landgebruik aan, zodat voor alle functies een geschikte en zo natuurlijk mogelijke waterhuishoudkundige conditie bestaat. We zorgen voor verankering in de Omgevingsvisie en hanteren onderstaande gidsprincipes: We beoordelen of we water als ordenend principe voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: In omgevingsplannen wordt vastgelegd hoe de waterhuishoudkundige situatie wordt geborgen en klimaatbestendig wordt ingericht. Gidsprincipes Eerst ‘t water de rest komt later. We maken ruimte voor water bij ontwikkelingen, zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied. Nieuwe ontwikkelingen hebben geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en dragen zo mogelijk bij aan een verbetering van watersysteem en waterketen. We ontwikkelen tenminste hydrologisch neutraal én hebben oog wat een ontwikkeling betekent voor het gebied buiten het directe plangebied. We communiceren uitgangspunten en verwachtingen m.b.t. de watertoets tijdig en goed naar initiatiefnemers, zodat zij vroegtijdig weten waar zij aan toe zijn en wij op tijd in gesprek zijn. Strategieën We zorgen dat we op tijd aan tafel zitten Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat onze watersysteemkennis ingezet wordt aan het begin van de planvormingsfase. Samen met onze collega’s bekijken we het gebied eerst vanuit de optiek van het water en de bodem en maken daarop een ontwerp (uitgaande van natuurlijke hoogteverschillen, voldoende ruimte voor water, etc.). In deze fase zijn er immers nog volop kansen om water als ordenend principe te hanteren. Afbeelding 12Ruimte voor water ingepast in de omgeving, met bestaande waterloop in combinatie met spelen Water waar passend verwerken op eigen terrein Bij het ordenen draait het niet alleen om de openbare ruimte, maar ook juist om wat er op het geheel van openbaar terrein en eigen ruimte gebeurt. We hebben als uitgangspunt dat grondwateroverlastproblemen in eerste instantie op eigen terrein voorkomen worden, zie paragraaf 3.3.3. Voor nieuwe ontwikkelingen is de drooglegging dan ook altijd een aandachtspunt. Ook stellen we eisen aan hoe op eigen terrein met hemelwater wordt omgegaan en wentelen we het niet af naar andere percelen. In stedelijk gebied willen we dat water ook wordt vast gehouden door onze inwoners. Om mensen te stimuleren regenwater vast te houden hebben we een afkoppelsubsidieregeling. Afbeelding 13Particuliere initiatieven voor ontstenen, vasthouden en hergebruik hemelwater Water vasthouden in het buitengebied In het buitengebied willen we vooral dat water langer wordt vast gehouden in de haarvaten. Ook nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied moeten hun hemelwater vasthouden. Door het water vast te houden in de haarvaten ontstaan minder grote afvoerpieken in de hoofdwaterlopen en daardoor indirect minder inundatie en minder beperkingen op afvoer. Tevens dragen we bij aan het tegengaan van verdroging en het voorkomen van natte voeten in gebouwd gebied.

Rechtspraak bij dit artikel