Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

- Maximum parkeerduur, vensterperiode en venstertijd

Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren

Het college kan weggedeelten aanwijzen waarvoor geldt dat aan de parkeerduur een maximum tijd is verbonden. Het college kan aan al dan niet specifieke belanghebbendenplaatsen een vensterperiode en/of venstertijd koppelen, of een bestaande vensterperiode en/of venstertijd wijzigen. Het college kan aan al dan niet specifieke parkeerapparatuurplaatsen een vensterperiode en/of venstertijd koppelen, of een bestaande vensterperiode en/of venstertijd wijzigen. Belanghebbendenplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen hebben géén vensterperiode, tenzij anders aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening. Belanghebbendenplaatsen hebben géén venstertijd, tenzij anders aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening . Parkeerapparatuurplaatsen hebben een venstertijd, tenzij anders aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening. Als venstertijd voor parkeerapparatuurplaatsen geldt 09:00-19:00 uur, tenzij anders aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening. Parkeerplaatsen die zowel belanghebbendenplaats als parkeerapparatuurplaats zijn, hebben als venstertijd 00:00-24:00 uur, tenzij anders aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening.

Rechtspraak bij dit artikel