1. Een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4 wordt voor bepaalde tijd verleend en bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de periode waarvoor de parkeervergunning geldt;
b. de naam van de vergunninghouder en het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend;
c. het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt;
d. het debiteurennummer van de vergunninghouder.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aanhef en onderdeel h (autodelen) voor ten hoogste vijf jaar verleend en is uitsluitend geldig voor een specifiek door het college aangewezen parkeerplaats.
Hoofdstuk
Artikel 5
- Nadere bepalingen met betrekking tot het verlenen van parkeervergunningen
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren