Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats louter aan vergunninghouders is toegestaan, aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
a. zonder parkeervergunning;
b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de parkeervergunning, of de parkeervergunning met kentekenvermelding online is geregistreerd;
c. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden.
Het is verboden op een belanghebbendenplaats een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de bepaling op een onderbord bij bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990.
Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk
Artikel 10
- Verbod om zonder parkeervergunning te parkeren en ontheffingsmogelijkheid
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren