Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2022 Gemeente Hardinxveld-Giessendam

De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet passend onderwijs is als volgt geregeld: In het kader van de Wet passend onderwijs wordt in de regio passend onderwijs op overeenstemming gericht overleg (OOGO) gevoerd, onder andere op het gebied van Jeugdhulp. Dit overleg vindt plaats tussen gemeente en de samenwerkingsverbanden. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs is deze wet voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. Afspraken in de Regionale Educatieve Agenda kunnen hierop een uitzondering vormen. Als de ondersteuning zoals beschreven in lid 1 en 2 mogelijk ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, is de gemeente in het kader van de jeugdwet in principe niet financieel verantwoordelijk voor die ondersteuning. Als een jeugdige voor het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen, valt de ondersteuning onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Daarbij zijn algemene voorzieningen voorliggend op individuele voorzieningen. Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een verplichting om met behulp van het perspectiefplan of het onderwijsontwikkelperspectiefplan tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag.

Rechtspraak bij dit artikel