Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 5.

Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ

1.. Het college verleent medewerking aan een schuldregeling behalve in situaties als bedoeld in artikel 60c van de WWB, artikel 29a van de IOAW en IOAZ en indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing indien de bijstand is verleend als geldlening als bedoeld in artikel 48, tweede lid onder a, b en c. 3.. Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien: de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichting ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; dan wel onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4.. Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling vervalt indien niet binnen negen maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel