Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing welke hem toekomt ingevolge artikel 18a, vierde lid van de VVWB en artikel 20a, vierde lid van de IOAW/10AZ;
het verlagen van de bestuurlijke boete bij verminderde verwijtbaarheid, welke hem toekomt ingevolge artikel 18a, zevende lid onder a van de WWB en artikel 20a, zevende lid onder a van de IOAW/IOAZ;
het afzien van het opleggen van een boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, welke hem toekomt ingevolge artikel 18a, zevende lid onder b van de WWB en artikel 20a, zevende lid onder b van de IOAW/IOAZ.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2.
Algemene bepaling met betrekking tot gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004