Het tweede lid van het artikel 151d van de Gemeentewet regelt dat de burgemeester een last onder bestuursdwang en in het verlengde daarvan dus ook de last onder dwangsom kan opleggen. De bepalingen over handhaving zijn opgenomen in Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. Afhankelijk van het effect dat de burgemeester daarvan verwacht, zal hij het één of het ander inzetten. Hierbij wordt uitgegaan van de ernst van de gedraging. Uitgangspunt is weer, dat ernstige en herhaaldelijke hinder spoedig moeten stoppen.
Als een last onder dwangsom wordt opgelegd is de hoogte van de dwangsom € 1.000,-- per geconstateerde overtreding tot een maximum van € 5.000,--, dan wel per tijdseenheid dat de overtreding niet is beëindigd € 1.000,-- per week. Dit tot een maximum van € 5.000,--. Bij de beoordeling van de hoogte van de dwangsom wordt rekening gehouden met de draagkracht van de betrokkene en de prikkel die uit moet gaan om de opgelegde maatregel uit te voeren. Indien wordt verwacht dat door de omstandigheden van betrokkene dan wel de te nemen maatregel de hoogte van de dwangsom onvoldoende is kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.
Indien na het verbeuren van de gehele dwangsom de overtreding niet is beëindigd, dan wel verwacht wordt dat opnieuw een overtreding wordt begaan kan een nieuwe, hogere, last onder dwangsom worden opgelegd. Ook kan op dat moment worden gekozen voor de toepassing van bestuursdwang in plaats van een dwangsom.
Artikel 5.
Bestuursdwang en dwangsom
Onderdeel van Beleidsregel aanpak woonoverlast Gemeente Nunspeet