Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Mandaatbesluit reguliere schuldhulpverlening

1.. Mandaat respectievelijk machtiging wordt verleend aan: de directeur van Stichting Buurtteam Amsterdam Noord en diens rechtsvoorganger, met betrekking tot stadsdeel Noord; de directeur van Stichting Buurtteam Amsterdam Zuid en diens rechtsvoorganger, met betrekking tot stadsdeel Zuid; de directeur van Stichting Buurtteam Amsterdam Oost en diens rechtsvoorganger, met betrekking tot stadsdeel Oost; de directeur van Stichting Buurtteam Amsterdam Centrum UA en diens rechtsvoorganger met betrekking tot stadsdeel Centrum; de directeur van Stichting Combiwel Buurtteams, met betrekking tot stadsdeel West; de directeur van Stichting Sezo Maatschappelijke Dienstverlening, met betrekking tot stadsdeel Nieuw-West; de directeur van Buurtteam Amsterdam Zuidoost BV, met betrekking tot stadsdeel Zuidoost. de directeur van Stichting Versa Welzijn, met betrekking tot stadsgebied Weesp; voor de volgende bevoegdheden: Het beslissen op een aanvraag om schuldhulpverlening zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het beleidsplan en de beleidsregels Schuldhulpverlening. Het nemen van een besluit tot beëindigen van schuldhulpverlening zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het beleidsplan en de beleidsregels Schuldhulpverlening. de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen. Het verrichten van feitelijke handelingen ter voorbereiding of uitvoering van publiekrechtelijke handelingen voor zover deze betrekking hebben op de in dit mandaatbesluit verleende bevoegdheden. 2.. Het ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de in het eerste lid onder a, b, c en d vermelde bevoegdheden wordt opgedragen aan de directeur/functionaris van de gemandateerde instelling dan wel aan zijn als zodanig aangewezen plaatsvervanger. 3.. De directeur van de gemandateerde instelling dan wel zijn als zodanig aangewezen plaatsvervanger dienen bij de uitoefening van het ondermandaat en machtiging het vastgestelde beleid op het gebied van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van het college in acht te nemen. 4.. In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht dat het besluit wordt genomen en de feitelijke handeling wordt verricht namens het college van Burgemeester en Wethouders. 5.. De directeur van de gemandateerde instelling dan wel zijn als zodanig aangewezen plaatsvervanger kan ondermandaat of ondermachtiging verlenen met inachtneming van de door hem daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen.

Rechtspraak bij dit artikel