Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Leegstandbeschikking

Onderdeel van Leegstandverordening 2022

1.. Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg bedoeld in artikel 3.4 een leegstandbeschikking vaststellen. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ook indien de eigenaar geen medewerking verleent aan het overleg bedoeld in artikel 3.4 een leegstandbeschikking vaststellen. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking: indien de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, bepalen welke voorzienin¬gen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten zijn getroffen om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte; indien de woonruimte is bestemd voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs bepalen waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden; indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor verkoop en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder b of d, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; een termijn opnemen van twee maanden waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte; andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte. 4.. De eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn, bedoeld in het derde lid, onder e, eenmaal te verlengen met een periode van maximaal twee maanden. 5.. Indien een eigenaar een verzoek als bedoeld in het vierde lid doet, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, onder b tot en met f, in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen. 6.. In aanvulling op artikel 4 van de Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders, indien ze vaststellen dat het gebouw of een gedeelte daarvan niet geschikt is voor gebruik, in een leegstandbeschikking voorschrijven welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten worden getroffen om het gebouw of een gedeelte ervan geschikt te maken voor gebruik, tenzij het gebouw is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel