Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouders

Onderdeel van Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Bergen (L) 2019

1.. Het college kan voor zakelijke reizen voor zover mogelijk gebruik maken van de van gemeentewege ter beschikking staande (elektrische) auto voor gemeenschappelijk gebruik als bedoeld in artikel 3.2.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. 2.. De voor gemeenschappelijk gebruik ter beschikking gestelde auto wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden. 3.. De voor gemeenschappelijk gebruik ter beschikking gestelde auto wordt niet gebruikt voor woon-werkverkeer. 4.. Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan: gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt, met inachtneming van het gestelde in het vorige lid. 5.. Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan: gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door burgemeester of wethouders naar het oordeel van het college in het belang van de gemeente is. Gebruik van de elektrische auto is daarvoor niet mogelijk. 6.. Voor zover burgemeester of wethouders gebruik maken van een auto voor gemeenschappelijk gebruik bestaat geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid onder b van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 7.. Voor reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan burgemeester of wethouders bij gebruik van een auto voor gemeenschappelijk gebruik de parkeer, veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed mits deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed. 8.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel