Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 1b:

Begrippenkader

Onderdeel van Treasurystatuut 2021 Gemeente Bergen L

In dit statuut wordt verstaan onder: Administratieve organisatie Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. BBV. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Fido (Wet -) Wet financiering decentrale overheden. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Interne controle Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, juistheid, volledigheid en tijdigheid van de gegevensverstrekking. Liquiditeitsrisico De kans dat de gemeente niet op tijd aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, omdat er te weinig geld in kas en direct opvraagbaar geld bij (andere) banken beschikbaar is. Kasgeld Lening met een looptijd tussen één dag en één jaar, waarbij vooraf een rentepercentage wordt vastgesteld en de hoofdsom wordt gegarandeerd. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal (de totale lasten van de begroting) van de gemeente bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of een tekort. Liquiditeiten Financiële middelen met een rentetypische looptijd korter dan 12 maanden. Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. Onderhandse lening Niet verhandelbare belegging, waarbij lening specifieke afspraken gemaakt worden over rentepercentage en looptijd. Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. De drie meest gerenommeerde rating bureaus zijn: Fitch, Standard & Poor’s en Moody’s. De weergave van de rating verschilt bij deze drie bureaus en is in onderstaande tabel weergegeven: Fitch Standard & Poor’s Moody’s AAA AAA Aaa AA-plus AA-plus Aa1 AA AA Aa2 AA-minus AA-minus Aa3 A-plus A-plus A1 A A A2 A-minus A-minus A3 Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, dat aangeeft welk deel van de vaste schuld maximaal in aanmerking mag komen voor aflossing en/of renteherziening. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren Het, door decentrale overheden, aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische ruimte (lidstaten van de Europese Unie, uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Valutarisco Het risico dat een muntsoort, op het moment dat betaling plaatsvindt, meer of minder waard is dan op het moment dat de transactie werd afgesloten.

Rechtspraak bij dit artikel