“Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet gaat in de kern over ruimte geven, loslaten en vertrouwen, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet wil meer ruimte geven voor ideeën van initiatiefnemers en voor lokale afwegingen. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee. Die betrokkenen doen mee en laten van zich horen: participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar niet hoe dat moet. Dit geeft gemeenten ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past in de lokale context.” [Bron: Vereniging Nederlandse Gemeenten, https://vng.nl/artikelen/participatie]
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Daarom zijn in de Omgevingswet regels over participatie opgenomen. De Omgevingswet zegt over participatie: ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. In de Omgevingswet wordt het belang van participatie benadrukt. De Omgevingswet integreert alle wetgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en introduceert een aantal nieuwe instrumenten. Concreet zijn er 4 nieuwe instrumenten in de Omgevingswet die het oude instrumentarium vervangen:
Was
Wordt
Structuurvisies, lokaal beleid (bijv. woonbeleid) en regionaal beleid (bijv. Provinciaal Omgevingsplan Limburg, POL)
Eén omgevingsvisie
Bestemmingsplannen, verordeningen (bijv. onderdelen uit Algemene Plaatselijke Verordening (over kappen, uitritten, reclame bebording)
Eén omgevingsplan
--
Omgevingsprogramma’s (verplichte en optionele programma’s bijv. ter uitwerking van omgevingswaarden)
Omgevingsvergunning (participatie achteraf)
Omgevingsvergunning (participatie vooraf)
We zitten nog volop in het voorbereidingsproces van de implementatie van de Omgevingswet. In dat kader moeten nog keuzes gemaakt worden, ook met betrekking tot participatie.
In onderstaande afbeelding is de Omgevingswetcyclus weergegeven waarbij de diverse instrumenten zijn benoemd. [Bron: het door de gemeenteraad vastgestelde Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet]
Hans Driessen, senior-adviseur Ruimtelijk Domein
“Als afdeling Ruimtelijk Domein hebben we veel contacten met mensen uit de dorpen. Onze buitendienst ontmoet ze als ze in de plantsoenen aan het werk zijn, medewerkers van bouwzaken overleggen met initiatiefnemers over bouwplannen. We overleggen over bouwmogelijkheden en kijken of er misschien gebruik gemaakt kan worden van bijvoorbeeld de starterslening. Duurzaamheid vinden wij belangrijk zoals hergebruik van materialen, we verstrekken energie-adviezen, zorgen ervoor dat de huisvuilinzameling milieuvriendelijk verloopt en koppelen waar mogelijk het regenwaterriool af om te voorkomen dat schoon regenwater naar de rioolzuivering gaat. Fysieke en sociale veiligheid vinden we belangrijk. Regelmatig staat de gemeente zelf aan het roer bij initiatieven zoals Energielandgoed Wells Meer.
Echter, als we het over participatie hebben kun je je afvragen: Doen we het wel allemaal op de juiste manier? Zijn wij goed op de hoogte van wat inwoners graag zouden willen, houden we rekening met hun wensen en behoeften, is de samenwerking optimaal? In heel veel gevallen is dat zo. Er worden keukentafelgesprekken georganiseerd, er vinden inloopavonden en workshops plaats. De gemeente staat op zijn tijd op de markt of bemant (m/v) een stand bij evenementen en het college gaat op bedrijfsbezoek. Maar het kan volgens mij beter. Om het nog beter te gaan doen moeten we dat op de eerste plaats ook willen. Dat betekent dat we ons moeten aanpassen aan nieuwe omstandigheden. De een is daar beter in dan de ander. Proberen dingen los te laten en niet meer alles willen controleren is voor sommigen moeilijk. Het vertrouwen moet niet beschaamd worden. Inwoners moeten daarentegen ook bereid zijn om zelf initiatieven te nemen en vooral zelf de dialoog aan gaan met buurtgenoten of gelijkgestemden zonder daarvoor eerst bij de gemeente aan te kloppen.
In plaats van “Nee, tenzij” willen wij als gemeente nog meer naar “Ja, mits”. Ons bestaansrecht ontlenen we aan onze inwoners en bedrijven. Deze gaan nog meer partners in het proces worden. We willen nog meer integraal werken en dynamisch denken, samen met anderen met een open mind. Van een moderne inwoner mag verwacht worden dat hij dat ook doet en zelf overlegt met buren en buurtgenoten als er plannen zijn. Dat hoeft niet altijd door tussenkomst van de gemeente plaats te vinden. Dit is precies wat de nieuwe Omgevingswet beoogd. Er is meer ruimte voor eigen initiatief en grenzen zijn minder strikt. Kortom, zowel inwoners en bedrijven als medewerkers van de gemeente zullen nog meer dan nu bereid moeten zijn om elkaar de ruimte te geven, te informeren en te ontmoeten. Als dat tijdens een appeltaartgesprek kan, is de start in ieder geval al goed.”
Natascha Bakker, beleidsadviseur Ruimtelijke Ordening
“Met dit beleidskader Participatie en zelfsturing wordt een kader gegeven voor beleidsparticipatie die van belang is voor door de gemeente op te stellen producten als een omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Dit beleidskader geeft echter nog geen richtlijnen voor participatie voor projecten (zoals herstructurering van wegen of riolering) en voor omgevingsvergunningprocedures. Uitgangspunt is maatwerk bij de diverse projecten van de gemeente en andere initiatiefnemers. Een ander uitgangspunt, dat prima aansluit bij de zelfredzaamheid van onze inwoners, is dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het informeren van belanghebbenden. Dit betekent dat bij diverse omgevingsvergunningprocedures participatie niet verplichtend wordt gesteld. Een werkgroep is bezig met de uitwerking van de omgevingsdialoog en wijze van participatie en zal hiertoe richtlijnen opstellen . Een voorstel wordt in de loop van 2021 opgeleverd. Dit beleidskader wordt hiermee uitgebreid en zal dan opnieuw aan de raad worden voorgelegd.”
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Beleidsparticipatie en de Omgevingswet
Onderdeel van Beleidskader Participatie en Zelfsturing 2021