**1..** Het terras mag uitsluitend worden geplaatst direct aansluitend tegen de voor- en/of zijgevel van het pand ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd, een en ander zoals aangegeven op de bij de vergunning behorende situatietekening.
**2..** Het terras is niet breder dan de gevelbreedte van het pand ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd.
**3..** Voetgangers en overige verkeersdeelnemers mogen geen last ondervinden van het terras. Voor wat betreft het waarborgen van voldoende vrije ruimte op de voor de voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg, zodat uitwijken naar de rijbaan en daarmee verkeersonveiligheid voorkomen kan worden, heeft de gemeente volledige beleidsvrijheid. Uit de richtlijnen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en uit jurisprudentie zijn normen te destilleren die als richtsnoer gelden. Daarnaast beveelt het “handboek verkeersvoorzieningen voor mensen met een handicap” als profiel van vrije ruimte aan:
voor mensen die met een wandelstok lopen: 0.90 meter;
voor een blinde of slechtziende met taststok: 1.20 meter;
voor een rolstoelgebruiker 1.50 meter.
**4..** Het in acht nemen van de obstakelvrije zone van minimaal 1.50 meter kan tot gevolg hebben dat de mogelijkheid van het exploiteren van een terras beperkt wordt tot een gebruik van minder dan 1 meter. Hoewel het plaatsen van terrasmeubilair dan nog wel mogelijk is, zal dit in de praktijk ten koste gaan van de obstakelvrije zone ten gevolge van het gebruik door bezoekers. Gelet hierop wordt tegelijkertijd een minimale diepte voor een terras vastgesteld, die- naast de obstakelvrije zone – beschikbaar moet zijn voor het exploiteren van een terras. Deze minimale diepte dient zodanig te zijn da tin alle redelijkheid een terras kon worden geëxploiteerd. In een optimale situatie is een diepte van 2 meter de norm. Het college kiest er echter voor een minimale diepte van 1.50 meter aan te houden. Anderszins behoort de exploitatie van een terras niet tot de mogelijkheden.
**5..** Het terrasmeubilair en de overige (semi) permanente voorzieningen, zoals een parasol op het terras, dienen zodanig te worden opgesteld dat de uitgang (en) eventuele nooduitgangen vrij blijven. Er mogen geen obstakels voor de vluchtwegen geplaatst worden of voor brandkranen.
**6..** Overige (semi) permanente voorzieningen, zoals een parasol of afscheidingswanden, op het terras dienen zodanig te worden opgesteld dat voetgangers en overige verkeersdeelnemers er geen hinder van ondervinden.
**7..** Buiten de openingstijden van het terras dient het terrasmeubilair verwijderd te worden en te houden dan wel zodanig opgestapeld te worden en te houden dat het niet meer voor een terras gebruikt kan worden en dat verkeersdeelnemers er geen overlast van ondervinden.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2.
Afmetingen, inrichting, afbakening terras bij situering van het terras op of aan de openbare weg.
Onderdeel van Terrassenbeleid gemeente Diemen