Op grond van artikel 2.1.5.1, lid 1, van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2006 (hierna: APV) is het verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Dit betekent dat voor het plaatsen van tijdelijke reclameborden (driehoeksborden en sandwichborden) op de weg een vergunning benodigd is.
Artikel 2.1.5.1 van de APV beperkt zich niet tot het plaatsen, aanbrengen of hebben van stoffen of voorwerpen op de weg, maar strekt zich tevens uit tot stoffen of voorwerpen aan of boven de weg. Dit houdt in dat op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV ook voor het ophangen van spandoeken een vergunning benodigd is.
Een aanvraag om bovengenoemde vergunning kan door het college geweigerd worden, wanneer één van de weigeringsgronden uit artikel 2.1.5.1, lid 5, van de APV van toepassing is. Het betreft situaties die overlast of gevaar opleveren of ontsierend zijn. Daarnaast kan een vergunning onder voorschriften worden verleend, zolang deze voorschriften zijn gebaseerd op eerdergenoemde weigeringsgronden (artikel 1.4 APV). In hoofdstuk 3 worden de weigeringsgronden nader uitgewerkt, op basis waarvan beleidsregels worden geformuleerd. Eerst wordt echter in de volgende paragraaf nog nader ingegaan op de huidige situatie en de aanleiding tot het vaststellen van beleidsregels. In hoofdstuk 2 wordt het juridische kader geschetst.