Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.3

Vergunninghouders

Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling en urgentie gemeente Diemen 2017

Op grond van artikel 2.6.6, tweede lid, van de huisvestingsverordening komen vergunninghouders die gehuisvest moeten worden in het kader van de taakstelling opgelegd door de minister van Wonen en Rijksdienst, in aanmerking voor een urgentieverklaring als zij: nog niet eerder door het COA bij een andere gemeente zijn voorgedragen voor huisvesting; en, niet eerder aangeboden woonruimte (met inbegrip van onzelfstandige of tijdelijke woonruimte) hebben geweigerd. Een vergunninghouder en eventuele gezins- of familieleden worden eenmalig bemiddeld naar een corporatiewoning in Diemen. Alleen bij zwaarwegende redenen van sociale of medische aard wordt rekening gehouden met het type of ligging van de woning. Heeft een vergunninghouder elders een eerdere toewijzing van huisvesting geweigerd, dan komt hij niet meer voor bemiddeling in Diemen in aanmerking. Jonge vergunninghouders, met een leeftijd tot 28 jaar, komen in eerste instantie slechts in aanmerking voor studentenhuisvesting. Studentenhuisvesting kan ook onzelfstandige woonruimte in een wooneenheid voor studenten betreffen. Met de toewijzing van onzelfstandige woonruimte vervalt de aanspraak op toewijzing van een sociale huurwoning met urgentie. Jonge vergunninghouders, met een leeftijd tot 28 jaar, kunnen ongeacht de wijze van huisvesting eveneens een tijdelijke huurovereenkomst, bijvoorbeeld in de vorm van een zogeheten campus- of jongerencontract, toegewezen krijgen. Met de toewijzing van woonruimte op grond van een tijdelijke huurovereenkomst vervalt de aanspraak op toewijzing van een sociale huurwoning met urgentie. Alleenstaande vergunninghouders, dan wel alleenreizende vergunninghouders die in afwachting zijn van nareizende gezins- of familieleden, kunnen in aanmerking komen voor een wijze van huisvesting waarbij een woning wordt gedeeld. Voorbeelden hiervan zijn het delen van een sociale huurwoning door twee of drie personen en het delen van een vrije sector huurwoning door drie of vier personen. Met de toewijzing van woonruimte die met anderen gedeeld moet worden vervalt de aanspraak op toewijzing van een sociale huurwoning met urgentie. De in artikel 2.6.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn niet van toepassing op deze urgentiegrond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel