Het huishouden waarvan de zelfstandige woonruimte binnen deze gemeente door een calamiteit (brand, ernstige waterschade, explosie of acuut ernstige funderingsgebreken) voor verdere bewoning duurzaam ongeschikt is geworden, kan gelet op artikel 2.6.8 lid 1 aanhef en onder d van de huisvestingsverordening in aanmerking voor een urgentie als in ieder geval aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de ongeschiktheid voor bewoning wordt vastgesteld door of in opdracht van, een daarvoor bevoegd gemeentelijk toezichthouder (dit betreft de toezichthouder die bevoegd is toe te zien op de naleving van de ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet vastgestelde bouwregelgeving).
het herstel van de woning duurt langer dan vier maanden, volgens de toezichthouder;
alleen de, volgens de BRP, legaal wonende hoofdbewoner komt in aanmerking van urgentie; inwoners hebben geen recht op een eigen zelfstandige woonruimte. Zij worden geacht met de hoofdbewoner mee te verhuizen en opnieuw in te wonen.
de calamiteit is niet met opzet veroorzaakt door de aanvrager.
De in artikel 2.6.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing, met uitzondering van de in artikel 2.6.5 lid 1 aanhef en onder j van de verordening genoemde inkomensnorm: voor deze urgentiegrond geldt geen inkomenseis, indien de aanvrager uit een zelfstandige woonruimte met een huurprijs onder de liberalisatiegrens van € 710,68 (prijspeil 2017) afkomstig is.
5. Passendheidscriteria
Artikel 2.4.4 van de verordening bevat een tabel waarin categorieën woonruimte worden gelabeld ten behoeve van bepaalde categorieën woningzoekenden. In aanvulling op het bepaalde in voornoemd artikel kunnen burgemeester en wethouders een nadere uitwerking geven aan de categorieën. Deze paragraaf blijft dan ook gereserveerd voor een nadere invulling.
6.Zoekprofiel
Het zoekprofiel bevat het qua ligging, grootte, en aard meest sobere woningtype of de meest sobere woningtypen dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Hieruit volgt dat een urgentieverklaring leidt tot slechts een zéér beperkte keus uit het woningaanbod. De aanvrager wordt geen keuze geboden voor een bepaald soort woning of een specifieke buurt binnen Diemen. Burgemeester en wethouders geven derhalve in beginsel een urgentie af ten behoeve van een appartement (meergezinswoning) met een minimaal toereikend aantal kamers, waarbij wordt uitgegaan dat eventuele inwonende kinderen een slaapkamer kunnen delen.
7. Leges
Op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet kunnen burgemeester en wethouders leges heffen voor de aanvraag van een urgentieverklaring. De leges voor het indienen van een aanvraag voor woonurgentie bedraagt € 64,50 (prijspeil 2017).
8. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking per 1 januari 2017. De “Regionale beleidsregels urgentie woonruimte” vastgesteld d.d. 22 maart 2016 vervallen per 1 januari 2017.
9. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels woonruimteverdeling en urgentie gemeente Diemen 2017”.
10. Ondertekening
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.4
Calamiteiten-urgentie
Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling en urgentie gemeente Diemen 2017