Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.1

Plandrempel en andere uitgangspunten sanering

Onderdeel van Actieplan omgevingslawaai 2018-2022

De plandrempel geeft geen wensbeeld aan voor het geluidsniveau in een bepaald gebied. Het gaat om het saneren van geluid: ingrijpen in extreme situaties. De beschikbaarheid van geld is in beginsel voor alle overheden maatgevend geweest voor het vaststellen van de hoogte van de plandrempel. De plandrempel geeft ook geen garantie dat het geluidsniveau (fors) omlaag zal worden gebracht. De (verkeers)technische mogelijkheden en de kosten kunnen er toe leiden dat niet alle potentiële maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Het rijk en de meeste gemeenten hebben gekozen voor een plandrempel van 65 dB of hoger. In het actieplan voor de planperiode 2008-2012 hebben B&W de plandrempel vastgesteld op 65 dB en is vermeld dat dit ook geldt voor de planperiode 2013-2018. Een lagere plandrempel is ongewenst omdat dan verwachtingen worden gewekt die in de regel waarschijnlijk niet kunnen worden waargemaakt. Het treffen van maatregelen aan wegen met een lagere geluidsbelasting dan 65 dB zal mogelijk tot hoge kosten gaan leiden en weinig effect kunnen hebben: het aantal dB en de hinderbeleving kunnen sterk van elkaar verschillen. De dosismaat geeft een gemiddelde voor het etmaal weer, terwijl de hinder met name kan worden veroorzaakt door enkele auto’s die in de nacht voor piekgeluiden zorgen. Het is denkbaar dat de door bewoners ervaren geluidsoverlast vanwege de gemeentelijke wegen gaat toenemen, nu bij de rijkswegen en spoorwegen extra maatregelen zijn getroffen om de geluidsoverlast te beperken. Daarom vinden we het wel van belang om voor de gemeentelijke wegen met een geluidsbelasting vanaf 58 dB (de grenswaarde voor het buitengebied, 5 dB lager dan de grenswaarde voor stedelijk gebied) de mogelijkheden te onderzoeken en te overwegen om het geluidsniveau te verminderen. Dit betekent in de praktijk dat al vanaf een geluidsbelasting van 58 dB sprake is van een onderzoeksplicht voor de gemeente. Een geluidsreductie met tenminste 3 dB (dat is hoorbaar) kan worden gerealiseerd door: eenrichtingsverkeer in te stellen; de snelheid te verlagen; betonstraatstenen (bss) te vervangen door steen mastiek asfalt (SMA); geluidsschermen te plaatsen (effect t/m de 6e etage); SMA te vervangen door dun open geluidsreducerende deklaag (DGD-B). De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het kiezen uit de vijf mogelijke maatregelen voor het bereiken van circa 3 dB reductie. In het Verkeerscirculatieplan is de functie van de hoofdontsluitingswegen vastgesteld. Alleen in de Burgemeester Bickerstraat en het naastgelegen deel van de Ouddiemerlaan is sprake van eenrichtingsverkeer op hoofdwegen. Het wijzigen van verkeersstromen op hoofdwegen leidt meestal slechts tot verplaatsing van geluid. Zo’n maatregel kan natuurlijk op grond van diverse argumenten (doorstroming, verkeersveiligheid, luchtverontreiniging, geluidsoverlast, en dergelijke) worden overwogen. Bij eventuele wijzigingen, ten opzichte van het Verkeerscirculatieplan, in de afwikkeling van verkeersstromen op hoofdwegen (bijvoorbeeld instellen van eenrichtingsverkeer) dient rekening te worden gehouden met de geluidbalans. In het voorliggende actieplan wordt het wijzigen van verkeersstromen niet voorgesteld, maar dat kan tijdens de planperiode om andere redenen wellicht alsnog aan de orde komen. In beginsel geldt op de hoofdontsluitingswegen 50 km per uur. Een uitzondering geldt thans op delen van de Ouddiemerlaan en is een te overwegen optie voor de Arent Krijtsstraat. Van geval tot geval zal worden afgewogen of een snelheidsverlaging gewenst is. Het effect bij verlagen naar 30 km per uur bedraagt 1-2 dB, maar kan bij veel vrachtverkeer ook 0 zijn. In beginsel worden de 50 km wegen voorzien van steen mastiek asfalt (SMA) en de 30 km wegen van betonstraatstenen (bss). Een uitzondering geldt thans op een deel van de Ouddiemerlaan. Van geval tot geval zal worden afgewogen welk wegdek gewenst is. Het plaatsen van geluidsschermen langs de gemeentelijke hoofdontsluitingswegen is in de bebouwde kom geen reële optie. Het toepassen van DGD is niet mogelijk bij kruisingen en rotondes en op plaatsen waar veel wrijving is (inhaal- en parkeerbewegingen). Hierdoor vallen vrijwel alle hoofdontsluitingswegen af. Een wel mogelijk traject is de Ouddiemerlaan tussen de rotonde en de kruising met Buitenlust, maar daar zal de geluidsdruk door de tunnelbak al gaan afnemen, zodat het maken van hoge kosten voor DGD hier niet zinvol is. Het vervangen van betonstraatstenen door stille betonstraatstenen op 30 km wegen voldoet niet aan het uitgangspunt van 3 dB reductie. Naar verwachting is die maximaal 2 dB. Bij de buurtontsluitingswegen in Diemen Noord wordt deze maatregel wel in de overwegingen meegenomen. Het voorgaande betekent dat we een geluidsreductie vanwege gemeentelijke wegen in de bebouwde kom met name kunnen realiseren door: het verlagen van de snelheid; het toepassen van SMA in plaats van betonstraatstenen; het toepassen van stille betonstraatstenen in plaats van gewone betonstraatstenen. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de selectie van de gemeentelijke wegen waar maatregelen worden uitgevoerd in de planperiode 2013-2018 of later. Wegen komen in beginsel alleen in aanmerking voor een ander wegdek indien grootonderhoud en/of herstructurering in de planperiode is voorzien. De ophoogcyclus bedraagt gemiddeld 21 jaar en bedraagt minimaal 16 jaar en maximaal 30 jaar per buurt (afhankelijk van het zettingpatroon). Het geluidseffect van een maatregel waaraan (hoge) meerkosten zijn verbonden dient in beginsel tenminste 3 dB te zijn (dat is hoorbaar). Wegen die slechts voor 5 of minder woningen leiden tot een geluidsbelasting van 58 dB of hoger worden in beginsel buiten beschouwing gelaten. Indien het budget onvoldoende is, wordt voorrang gegeven aan wegen waar tegen zo laag mogelijke kosten, zoveel mogelijk woningen een zo hoog mogelijke geluidsreductie gaan ervaren. Ter bepaling van de prioriteitsstelling worden woningen met een hogere geluidsbelasting dan 58 of 59 dB als volgt zwaarder meegeteld: x2 bij 60, 61 en 62 dB; x3 bij 63, 64 en 65 dB; x4 bij 66 dB of meer. Het totaal aantal woningpunten wordt vermenigvuldigd met het effect in dB ter verkrijging van een puntentotaal. Daarna wordt het puntentotaal gedeeld door de meerkosten van de maatregel, ter verkrijging van de meerkosten per rekenwoning.

Rechtspraak bij dit artikel