Naar hoofdinhoud
1.. Indien geen participatie wordt toegepast behoeft geen procesvoorstel te worden opgesteld. 2.. Participatie vangt aan met het opstellen van een procesvoorstel. In dit voorstel wordt aangegeven op welke wijze aan de participatie vorm wordt gegeven. De volgende punten worden aangegeven: het exacte onderwerp van de participatie; de speelruimte van de participatie; het doel van de participatie; de schaal waarop de participatie speelt; wie mogen deelnemen aan de participatie; het niveau van participatie conform de niveaus zoals genoemd in de Kadernota Participatie: informeren, consulteren of coproduceren; de inrichting van het participatieproces. 3.. Het voornemen hiertoe wordt bekend gemaakt op de voor die participatie gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het tweede lid, onder a t/m f, bedoelde punten. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijk inhoud. 4.. In afwijking van het in het tweede lid bepaalde, wordt geen procesvoorstel opgesteld indien participatie uitsluitend zal plaatsvinden met een voor het onderwerp speciaal ingesteld adviesorgaan. 5.. Het procesvoorstel wordt door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld. Het bepaalde in artikel 1.2, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing. 6.. Coproduceren is alleen mogelijk als er voldoende beleidsruimte, tijd en interesse van de ingezetenen en belanghebbenden voor is. Indien sprake is van coproduceren wordt altijd ook een participatieproces voor de ingezetenen en/of belanghebbenden die niet deelnemen aan de coproductie opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel