**1..** Voorafgaand aan het in procedure brengen van een ontwerp-omgevingsvisie, een ontwerpprogramma of een ontwerp-omgevingsplan, wordt de mogelijkheid van participatie op grond van de Participatieverordening geboden aan gerechtigden zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze Participatieverordening. De uitzonderingen genoemd in de leden 6 en 7 van artikel 1.2 van deze verordening zijn hierop ook van toepassing. Voor het omgevingsplan geldt dat er geen eindverslag wordt opgesteld. In plaats daarvan worden de resultaten van de participatie verwerkt in de toelichting op het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan.
**2..** Participatie, als bedoeld in lid 1, houdt bij het omgevingsplan in dat een voorontwerp van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan voor zes weken ter inzage wordt gelegd, wanneer het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan voorziet in een ingrijpende wijziging waarover nog niet eerder participatie is verleend. Hierbij krijgen gerechtigden zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze Participatieverordening de mogelijkheid om te reageren. De resultaten van deze participatie worden verwerkt in de toelichting op het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Het college van burgemeester en wethouders besluit over het toepassen van participatie over het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan.
**3..** Een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplan, wordt op grond van respectievelijk artikel 16.26, 16.27 en 16.30 van de Omgevingswet verder voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij kunnen op grond van artikel 16.23 Omgevingswet door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht.
**4..** Bij het vaststellen van een omgevingsvisie, een programma, of een omgevingsplan wordt op grond van respectievelijk artikel 10.7, 10.8 en 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit aangegeven hoe "burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat daarvan de resultaten zijn." Daarbij wordt zoals onder het eerste lid bepaald, aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke participatiebeleid.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1