Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.6

Algemene wijzigings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL)

Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing in ieder geval wijzigen of intrekken indien: de vergunning of ontheffing ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; veranderde omstandigheden, feiten of inzichten met betrekking tot de activiteit waarvoor de vergunning of ontheffing is verleend, zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten; de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nageleefd; de voor de houder van de vergunning of ontheffing geldende algemene regels niet zijn of worden nageleefd; van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; aannemelijk is dat de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie, of; de vergunninghouder dit verzoekt. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Rechtspraak bij dit artikel